Lokale tijd Mazatenango
   
 
     

 

Change of attitude Weekend in het paradijs
Lang leve de motobicitraversia
Simon en Marieke overvallen Typisch CODECA ...
Lang leve de motobicitraversia Lang leve de motobicitraversia
Vuurspuwen in de Reunion de Activistas
Heldendaad
Lang leve de motobicitraversia Very Important Persons
Geluksvogels op de motor
Marieke en Simon zijn VIPs.
Very Important Persons
Lang leve de bureaucratie!
Konden we elke dag maar zo werken!
Verkiezingspraktijken Crisimanagement
Infostand verkiezingen Visproject in crisis
Een dag uit het leven van Marieke
Redden wat er te redden valt
Hete bronnen Hete bronnen Hete bronnen Belize
Belize
Semana Santa in het oosten
La Lucha
Internationale Vrouwendag
La Lucha


Wil je de rest van de verhalen ook lezen?

Ga dan naar het archief.





Laat eens een leuk berichtje achter in ons Gastenboek !





Bekijk hier de foto's van onze rondreizen door Guatemala met onze ouders.




Wil jij weten wat de mooiste plekjes van Guatemala zijn?


 


Lees-o-theek - de meest recente verhalen


Vertalen in San Mauricio - Humanitaire missie of missiedrang? (Marieke, 20 juli 2008)

We stapten in het busje en werden nieuwsgierig aangekeken door een vijftal gezichten. Die zien er eerder Guatemalteeks uit dan als Amerikanen! was onze eerste gedachte.

We zaten in een busje met leden van de Doopsgezinde Kerk van Guatemala. Een maand geleden waren we via een buurvrouw in contact gekomen met Oscar Lopez, de pastoor uit San Mauricio, een klein dorp op ongeveer 25 kilometer van Mazatenango. Zij had ons verteld dat de bloeiende en zeer actieve kerkgemeenschap uit San Mauricio begin juli bezoek zou krijgen van een groep van 15 Amerikanen van de Doopsgezinde Kerk uit Alabama, die als vrijwilligers een week naar Guatemala zouden komen in het kader van een humanitaire missie.  Het verzoek was of wij niet mee wilden gaan als vertalers? Aangezien wij ontzettend benieuwd waren hoe dat in z’n werk zou gaan, zo´n missie, en omdat wij het gebied goed kenden van ons projectwerk in die regio, waren wij maar al te bereid om mee te gaan. We kwamen overeen dat de groep ons elke ochtend vroeg zou ophalen bij ons huis en dat we laat in de middag aan het einde van de werkdag weer afgezet zouden worden. Heel veel meer wisten we eigenlijk niet.

En daar zaten we dan in het busje op de eerste zondag van de missie. De mensen in het busje bleken inderdaad Guatemalteken: Luis de chauffeur, Carol, de coordinatrice van het project namens de Doopsgezinde Kerk van Guatemala, haar zoontje David, de pastoor van San Mauricio Carlos Lopez en dan was er nog Rosa, de officiele vertaalster van het gezelschap, maar zij was Mexicaanse legde ze uit, al had ze net als wij haar hart verloren aan Guatemala (en een Guatemalteek!). Alle Amerikanen bleken in het tweede identieke busje te zitten dat ons volgde. Al snel voelden we ons helemaal op ons gemak. Dat is één van de geweldige dingen aan de mensen van hier: zodra je met elkaar begint te praten sluit men je in hun hart en ben je meteen geen vreemde meer. Ik betrap mezelf er zo vaak op dat je met mensen die je net hebt leren kennen zit te praten alsof je elkaar al jaren kent. Hier valt er niet eerst een kat uit de boom te kijken of ijs te breken! En Rosa was een praterd en een grapjas. We vermaakten ons prima.

Na anderhalf uur over de voor ons zo bekende en ondanks de slechte kwaliteit toch wel geliefde weg reden we San Mauricio binnen. Op het terrein van de kerk had zich het halve dorp verzameld ons welkom te heten. De groep Amerikanen, die allemaal geen woord Spaans spraken en die voor ongeveer de helft uit jongeren bestond, lieten alles een beetje verlegen over zich heenkomen. Daar kom je dan aan in een lokale gemeenschap waar honderd mensen je aanstaren en tegen je praten terwijl je net gisteren voor de eerste keer in Guatemala bent aangekomen en je geen woord van de taal spreekt! Best intimiderend vonden ze het.

De Amerikaanse groep uit Alabama in de kerk van San Mauricio
De kerk en het terrein eromheen waar alle activiteiten plaatsvondenDe ´wachtkamer´

De kerk, een grote ruimte met een podium en een prachtige muurschildering, was het hart van een terrein van zo’n 50 bij 30 meter waar alle activiteiten zouden plaatsvinden. We werden de kerk binnengeleid, waar alle leden van de kerk plaatsnamen voor het begin van de mis. Er werd afwisselend  gezongen en gebeden door de pastoor van de lokale kerk en die van de groep Amerikanen. Het meisje naast me, van ongeveer 12, kende alle psalmen en gezangen uit haar hoofd en zong uit volle borst mee. Halverwege de dienst vertrokken alle kinderen met Carol, die de leiding leek te hebben over de bijbellessen speciaal voor de jongeren, naar buiten. Ik besloot met ze mee te gaan en met mij veel van de jongere Amerikanen. Al snel waren we met een grote groep kinderen onder leiding van Luis verwikkeld in het zingen van allerlei liedjes waarbij je je handen, voeten en soms hele lijf moest gebruiken, tot grote hilariteit van alle aanwezigen, een soort religieuze versies van hoofd, schouders, knie en teen. Na de dienst begonnen de Amerikanen een heleboel van de meegenomen tassen te legen: honderden knuffels, koekjes, speelgoedautootjes, en religieus leermateriaal werd tevoorschijn gehaald en uitgedeeld onder de kinderen. Overladen met al die cadeaus renden de kinderen naar hun ouders, terwijl de Amerikanen alles begonnen klaar te maken voor het echte werk.

Zo moeilijk het was voor de Amerikanen om contact te maken, zo makkelijk was het voor ons. Iedereen had al snel door dat niet alleen Spaans spraken maar Guatemala ook kenden. De kinderen waren gefascineerd door zo´n grote delegatie blanken in één keer en hadden al snel door dat wij tweeen wél met hun konden communiceren. De tijd die nodig was om alles op te zetten werd door een groep meiden gebruikt om mijn hart te stelen, mij rondjes te laten draaien, nieuwe liedjes te leren en te laten rennen in een paar van de onvermoeibare spelletjes van de jeugd. Vanaf dat moment kon ik geen stap meer buiten doen zonder aan elke hand drie kinderen te hebben hangen!

Al snel werd ik weggeroepen. Come on, we gaan beginnen! Ze legden ons snel uit wat de bedoeling was. De groep had zich onderverdeeld in verschillende 'afdelingen': er was een brillenshop met bakken vol met tweedehands brillen op sterkte die uitgedeeld zouden worden, er was een kapsalon met twee kapsters die iedereen die wilde zouden knippen, er was een groep die bijbellessen zouden geven aan de kinderen op de lokale school, er was de medische afdeling waar dokter Rebecca en ambulanceverpleger Mike patienten zouden behandelen en tenslotte was er de apotheek, waar patienten hun medicijnen konden afhalen. Ons werk zou zijn om de dokter te laten communiceren met de patienten en de mensen in de apotheek te helpen om de patienten uit te leggen hoe zij hun medicijnen moesten nemen.

De ´apotheek´De brillenafdeling
De kapsalonDe kapsters worden goed in de gaten gehouden


Het 'ziekenhuis' bestond uit een kamertje van 3 bij 3 meter, waar de twee dokters ieder in een eigen hoek patienten ontvingen. Omdat de mensen nooit alleen kwamen, en ouders vaak hun kans grepen om al hun kinderen te laten nakijken, kwam het voor dat er twee keer vier patienten plaatsnamen in ons 'hokje'. Tel daarbij nog twee doktoren, twee vertalers en Joey de apotheker bij op die af en toe binnenliep en je begrijpt dat eht een dolle boel was. Laten we zeggen dat de ene ventilator die er was er niet in slaagde om de vijfendertig graden naar beneden te krijgen...


De ´medische afdeling´De ´medische afdeling´


Al snel kregen we door hoe het werkte. De patienten kwamen binnen en namen plaats. Ik vroeg hun leeftijd en wat hun klachten waren. Dit vertaalde ik dan voor Mike of Rebecca, die vervolgens hun medische vragen stelden, die ik daarna weer overbracht naar de patienten. Dat was echter lang niet zo recht-door-zee als het nu klinkt. Guatemalteken hebben de neiging om op elke vraag (ellen)lange antwoorden te geven en dan is het soms moeilijk er weer tussen te komen. De dokter luisterde naar de klachten en stelde een diagnose, schreef pillen voor, waarna wij de mensen begeleidde naar de apotheek, waar Joey de medicijnen klaarmaakte, ons uitlegde hoe ze te nemen, wat wij vervolgens aan de patienten overbrachten. Simon, Rosa en ik wisselden elkaar ondertussen constant af bij de patienten en in de apotheek en renden snel op en neer als men ons op een andere plek nodig had. Het was een intensief proces, waardoor het tempo waarmee we patienten konden helpen laag lag en mensen helaas lang moesten wachten. De eerste dag hadden we in vier uur 25 mensen geholpen en er werd ons meegedeeld dat er voor morgen 100 zouden zijn! Moe maar voldaan gingen we die eerste middag terug naar huis. Het klikte ontzettend goed tussen ons en de Amerikanen, met de mensen van San Mauricio, en het werk dat we deden met de dokters en de apotheek was bevredigend en uitdagend.

Tijdens de volgende twee dagen raakten we steeds meer vertrouwd met het werk en de mensen. Een paar dingen vielen ons op: Hoewel de Amerikanen in verhouding met de Guatemalteken misschien een beetje stug leken in het begin bleek al snel dat Rebecca, Mike en Joey allemaal een hart van goud hadden en zeer geengageed waren. Daarnaast bleek al snel dat vanwege het karakter van de missie en de meegebrachte medicijnen daadwerkelijke medische hulp vaak niet mogelijk was, in de meeste gevallen ging het puur om symptoombestrijding. Er waren immers geen mogelijkheden om 100% zeker te zijn van de diagnose, de Amerikanen waren niet op de hoogte van lokale en tropische ziekten, veel medicijnen waren niet beschikbaar of de dosis moest verlaagd worden na enkele dagen omdat de medicijnen aan het opraken waren. Bovendien hadden vele mensen al jaren rondgelopen met hun klachten, omdat ze geen geld hadden om naar een dokter te gaan. Toch was iedereen gemotiveerd om in ieder geval alles te doen binnen de grenzen van het mogelijke.

Zoveel patienten, zoveel verschillende verhalen, zoveel verschillende indrukken! De tweede dag werd een kind van anderhalf binnengebracht die net door een bij gestoken was en begon op te zwellen, op de derde dag brak een jongetje van vier zijn arm tijdens het voetballen en is Simon met hem en Rudy meegegaan naar het ziekenhuis in de volgende stad. Op de vierde dag sneed een jongetje van 6 zich tijdens het werk op het land met zijn manchete wat een superdiepe snee veroorzaakte. Er werd een meisje van 8 binnengebracht met een enorm gezwel op haar grote teen, gevuld met pus en vocht. Tijdens een pijnlijke ingreep waarbij de bult werd opengesneden en leeggedrukt bleek het de dag daarna nodig om de behandeling te herhalen omdat de bult weer even groot was. Twee keer gebeurde het dat oudere personen langskwamen met oogklachten, waarna bleek dat ze al jaren geen oog meer in hun oogkas hadden. Er waren heel veel kinderen die door vitaminegebrek zweren in hun mond hadden. Er waren opvallend groot aantal vrouwen met infecties aan de urinewegen, waar sommigen al maanden of zelfs jaren mee hadden gelopen. Meerdere mensen hadden een hernia in hun navel, waarvan één de grootte had van een tennisbal. En telkens weer de grens aan het kunnen als bleek dat het iets ernstigs was en er een specialist aan te pas moest komen. 'Zeg dat hij naar een oogarts/dokter/fysiotherapeut gaat', zei Mike dan tegen me. De eerste keer dat hij dat tegen me zei keek ik hem een beetje verbaasd en wanhopig aan. 'Jij bent de enige dokter die veel van deze mensen in vele jaren zullen zien. Als jij hun niet kan helpen (gratis), dan hebben ze niet de mogelijkheid om naar een specialist te gaan.' Maar hierna wist hij het en elke keer als hij me vroeg dit aan de patient te vertellen zag ik de emotie op zijn gezicht.

Er waren ook zeer schrijnende gevallen. Een man van 72 die vertelde dat hij was overvallen en in elkaar geslagen in zijn huis en dat hij sindsdien met hele erge pijn op de borst en in zijn rug liep. Wanneer is dat gebeurd vroeg ik hem. Hij dacht even na. 'Dat moet nu veertien jaar geleden zijn, denk ik.' Rebecca en ik schoten er helemaal van vol. Er bleken meerdere ribben gebroken te zijn geweest die vervolgens verkeerd waren geheeld. En wat kon Rebecca doen? Pijnstillers geven, dat was het. Dan in ieder geval maar een extra hoge dosis. Die zou misschien een maand meegaan. En dan zou hij weer met diezelfde heftige pijnen moeten leven... Een alleenstaande moeder die eruit zag alsof ze elk moment in elkaar kon zakken met zes kinderen die allemaal slecht doorvoed en vies waren. Ze vertelde dat ze haar best deed om rond te komen en voor hun te zorgen, maar dat ze gewoon heel arm was. Een moeder die langskwam met haar zoontje van vier dat passief in de verte lag te staren in haar armen. Zijn hoofd viel telkens naar achter als zij hem niet ondersteunde. Al snel was duidelijk dat het jongetje een aangeboren afwijking had en gehandicapt was. Hij kon op zijn vierde nog niet praten, laat staan lopen. Iedereen raakte heel emotioneel. De charismatische Penny uit de apotheek vroeg aan de moeder of ze samen met haar mocht bidden, waarop iedereen zijn handen op het jongetje legde en Penny in een vurig gebed bad om een wonder, dat God dit jongetje met zijn liefde zou raken, dat hij beter zou mogen worden en dat zijn moeder gesteund zou worden. Het was een heel indringend moment waarbij weinig mensen het drooghielden. Toen ik een paar minuten later door Carol werd weggeroepen om te lunchen werd het me allemaal een beetje teveel. Het is moeilijk om zoveel leed te zien en zo weinig te kunnen doen.

Maar er waren ook fantastische momenten. Vrouwen die na veel last van infecties eindelijk de juiste medicijnen kregen. Die schaarse momenten dat Rebecca of Mike met zekerheid een diagnose konden stellen van een ernstige aandoening en Joey triomfantelijk de juiste medicijnen tevoorschijn toverde. In het algemeen de waardering van de mensen. De vrouw die we na het nemen van een zwangerschapstest konden vertellen dat ze zwanger was. En mijn favoriet: een vrouw met een pasgeboren babytje van tien dagen dat volledig gezond bleek te zijn. Mike kon er geen genoeg van krijgen en wilde haar niet laten gaan. Hij was al dagenlang bezig om me af en toe tussendoor wat medische lessen te geven, maar bij deze baby greep hij zijn kans. 'Kijk Marieke, als ik hier tik dan zie je dat ze hele goede reflexen heeft, zeg maar tegen de moeder dat ze trots mag zijn!'

Omdat Mike en Rebecca de taal niet spraken was er niet altijd even veel contact of emotie tussen hun en de patienten. Die rol kwam dus op onze schouders te liggen. Mensen zien jou als vertaler ineens bijna als de dokter, als hun klaagwand en grote hulp. Heel bijzonder hoe bijna iedereen ons vertalers uitgebreid bedankte bij het weggaan, terwijl wij toch niet zo heel veel meer gedaan hadden dan vertalen wat de dokters gezegd hadden en misschien hun woorden, vragen en boodschap op een iets Guatemalteeksere manier te brengen.

's Avonds waren we uitgeput als we thuis kwamen. Vanaf het moment dat we de geimproviseerde kliniek binnen gingen 's ochtends kwamen we er alleen uit onder dwang van Carol om snel even te lunchen en daarna pas vlak voor vertrek. Mijn vriendinnetjes waren elke dag weer zwaar verontwaardigd als ik geen tijd had om te spelen. Gelukkig werkte iedereen hard en werd ons werk ontzettend gewaardeerd, zowel door de Guatemalteken als de Amerikanen. Meerdere keren per dag verzuchtten verschillende leden van de groep uit Alabama: 'We zij zo blij met jullie, wat zouden we toch zonder jullie moeten.'

Mijn vriendinnetjes. Knap zijn ze he!Ons favoriete spelletje, je wordt er wel duizelig van!
Zodra ik een stap buiten de bus of de medische afdeling zette had ik tien dames aan me hangen!

In het begin zagen we weinig van het religieuze aspect van de missie. Op de tweede dag moest Simon tijdelijk even vertalen tijdens een van de bijbellessen op school. Hij was lichtelijk geschokt over het vocabulaire dat Carol en de Amerikaanse pastoor gebruikte: termen als 'je moet je wapenen tegen de vijand', 'we zijn soldaten voor Jezus', en het woord 'zonde' in bijna elke zin. De derde dag had ik ook de twijfelachtige eer om een paar uur hier te vertalen. Ook mij gaf het een nare nasmaak in de mond. Op de eerste plaats omdat het ter plekke vertalen van een gebed van het Engels naar het Spaans erg moeilijk is en mijn religieuze vocabulaire niet erg ontwikkeld is in het Spaans, maar bovenal omdat ik moeite had met de boodschap. Het doel van deze bijeenkomsten was de kinderen ervan te overtuigen om Jezus toe te laten in hun hart, zodat zij 'gered' zouden worden. Dit gebeurde door middel van een gebed waarna Carol de kinderen vroeg wie Jezus had ontvangen. De jongens en meisjes die dan, vaak aarzelend, hun vinger opstaken ontvingen ceremonieel een nieuwe bijbel, waarna hun naam werd toegevoegd de lijst met 'geredde zielen'.

De volgende ochtend werden onze vermoedens waarheid toen Mike en Joey ons op de heenreis in de bus probeerden te bekeren. Wij waren immers beiden Katholiek en dus zouden we volgens hun nooit in de hemel komen, zijn we verloren. Na Simons uitleg over zijn religieus-spirituele opvattingen keken ze hem medelevend aan en zeiden ze: 'Ja, zo dacht ik vroeger ook, maar toen heb ik eindelijk de waarheid gevonden. Alleen door een persoonlijke relatie met Jezus kun je gered worden.' Compleet overtuigd van hun eigen waarheid waren ze. Op Simons vraag wat ze dan dachten over alle Moslims, Boeddhisten, en alle andere mensen op de wereld met andere religieuze overtuigingen antwoordden ze dat die het fout hadden. Het gesprek werd afgekapt door onze aankomst in San Mauricio, maar ik moet zeggen dat ik even nodig had om bij te komen van dat gesprek, om de radicaliteit.

Zoals velen van jullie weten heeft het christelijke geloof een grote rol gespeeld tijdens mijn opvoeding en mijn jeugd en ben ik als mens gevormd door christelijke waarden en principes. Echter, in de Hooge Berktgemeenschap waar ik altijd naar de kerk ging was de boodschap er voornamelijk één van liefde, respect voor andere religies, compassie, vergiffenis en naastenliefde. Over zonden en de hel hoorde je niet veel en in het geval dat het aan bod kwam werd het symbolisch gebruikt. En bekeringsdrang is mij al helemaal vreemd. De arrogantie van de gedachte dat jij alleen de waarheid hebt, uitverkoren bent en alle anderen dus fout, schiet bij mij in het verkeerde keelgat. Het werd ons steeds duidelijker dat het hoofddoel van de missie was om mensen te bekeren tot de Doopsgezinde Kerk. Wat het voor mij het meest duidelijk maakte was toen er op de vierde dag een lijst werd opgehangen aan de muur van de kliniek. Aan het einde van elk consult werd ik ineens verwacht aan iedere patient te vragen of hij of zij christelijk was (wat betekent Doopsgezind). Als het antwoord nee was werd de persoon gevraagd even te blijven zitten, waarna Rosa op een weliswaar geweldig lieve maar dringende manier op hun inpraatte waarom zij Jezus niet wilden toelaten in hun leven. Als de persoon na een kwartier Rosa overstag ging en toestond om samen te bidden, dan werd hun naam ook hier op de lijst geschreven. Aan het einden van de dag loofden de Amerikanen de Heer vanwege het grote aantal mensen dat zij die dag gered hadden. Niet mijn stijl dus, omdat het weinig ruimte en respect laat zien voor andersdenken die hun eigen waarheid hebben.

Toch konden we het zolang we niet over religie praatten echt ontzettend goed vinden met de leden van de groep. De Amerikaanse manier van een spontane knuffel en een 'Oh, I love you!' heeft toch ook wel iets haha. Aan het einde van de week zijn er een aantal bijzondere vriendschappen ontstaan. Er is een mogelijkheid dat de groep het komende jaar nogmaals terugkomt en uiteraard hebben wij onze diensten weer aangeboden, hoewel onze handen jeuken om een aantal dingen grondig te veranderen aan de aard van de missie: Behandel de mensen minder als zielige armen en meer als zelfbewuste en trotse mensen die ondanks hun moeilijke situatie het beste ervan maken; niet alleen maar uitdelen en uitdelen, maar meer aandacht voor de samenwerking en partnerschap met de lokale gemeenschap; veel vroeger beginnen en langere dagen maken (soms kwamen we pas om tien of elf uur aan in San Mauricio omdat men 's ochtends nog extra inkopen moest doen terwijl 's middags dan mensen na een hele dag wachten weggestuurd moesten worden). Toch zouden we het heel graag nog een keer doen.

Het afscheid van de mensen in San Mauricio was moelijk. Wij hadden het voordeel dat we weten dat wij nog een keer op bezoek kunnen gaan, maar veel Amerikanen konden hun tranen niet bedwingen. Het afscheid van mijn vriendinnen en al die prachtige mensen die hun harten en hun gemeenschap voor ons hadden opengesteld was ook niet het makkelijkst. Wel wilde iedereen met ons op de foto, heel grappig. De laatste avond nodigden de Amerikanen ons uit om bij hun in het hotel te komen eten. Een ontzettend gezellige avond na een indrukwekkende week. Wie weer gaan we hun ooit nog eens opzoeken in Alabama!


Mijn twee supervriendinnetjes, Mayli en DaisyMijn persoonlijke fanclub
De mannenMijn vriendje Aron
Op de foto!Nogmaals op de fotoEen fototoestel is een interessant ding...Men wil ook met Simon op de foto
De sympatieke Ernesto met zijn vrouw en moeder
Simon en Luis in een interessant gesprek over religieDe dames van de kerk en de keuken

 


Van Guate naar Mazate (Marieke, 24 mei 2008)

De hoofdstad Guatemala Stad, ofwel ‘Guate’, zoals zij ook wel liefkozend genoemd wordt, is met haar twee miljoen inwoners een grote chaotische stad. Gebouwd in meerdere brede dalen, omgeven door bergen, geniet zij op 1500 meter een aangenaam klimaat met zonnige, licht bewolkte dagen en koele nachten. Ingedeeld in zones bestaat de stad uit een groot aantal verschillende wijken met een heel eigen karakter, veiligheidsgraad en uiterlijk. Van het oude stadscentrum zona 1 met haar koloniale gebouwen, rommelige maar gezellige hectiek en enorm hoge criminaliteitscijfers kun je je, via de lange lanen die de stad opdelen in bijna perfecte vierkante blokken, bewegen naar het zakencentrum van zona 10, waar glanzende hoge gebouwen de ene ambassade na de andere herbergen en de mannen in pakken opgelucht hun stropdassen loshalen wanneer zij hun cappucino gaan drinken in één van de velen yuppencafés met belachelijke prijzen. De constante stroom aan auto’s in alle vormen en maten zijn in goede staat, met hun deuren op slot en getinte ramen die moeten verbergen of zich waardevolle zaken in de wagen bevinden of een alleenreizende vrouw. De kans op een overval is torenhoog in de hoofdstad. Elk groot bedrijf heeft zijn eigen privébeveiling met gewapende beambten. In de betere woonwijken barricadeert de middenklasse zich achter hoge muren, prikkeldraad en verbergt zij haar auto’s achter automatisch openende garagedeuren. De rijkeren huren bodyguards in om hunzelf en hun familie te beschermen tegen inbraak, diefstal, afpersing en kidnapping. In Guatemala zijn meer privéveiligheidsmensen aan het werk dan er politieagenten zijn. Het land heeft de twijfelachtige eer het meest criminele land van Centraal-Amerika te zijn.
Toch doet het leven in deze stad niet veel onder voor het leven in een stad in Nederland. Je hebt er dezelfde voorzieningen die het leven in een stad in Europa aangenaam maken: winkels met alle dagelijkse en luxeproducten die je maar kan bedenken, gezellige bruine cafés, trendy bars, hippe discotheken en clubs, fastfood in alle vormen en kleuren, bioscopen, boekwinkels, een gemeleerde gevarieerde bevolking, nieuwe ideeen, progressieve jongeren en een bruisende, dynamische sfeer.  

Het lot heeft ons echter niet naar de hoofdstad gebracht, maar naar de rustige provinciestad Mazatenango. De korte bezoekjes aan Guate geven ons van tijd tot tijd een aangename afwisseling van de rust, maar aan het einde van een dag in de bruisende hectiek zijn we er nooit bijzonder rouwig om als we de reis naar huis gaan ondernemen.

Vanaf de Trebol, een ongelooflijk groot en complex knooppunt van wegen, metro, transportlijnen, straten, bushaltes, eetstandjes, en verkopers, vertrekt onze pullman richting Mazatenango, een van de grote oude reisbussen die hier in Guatemala een tweede (of derde of zesde) leven heeft gekregen, na afgekeurd te zijn in de VS. Voordeel van de pullman ten opzichte van de kleurige camioneta, de oude Amerikaanse schoolbussen, is dat deze bijna niet stopt, harder rijdt en verbazingwekkend comfortabele stoelen heeft. Op voorwaarde dat je op tijd erbij bent en niet op een van de kleine houten krukje in het gangpad hoeft te zitten natuurlijk. De bussen van de maatschappij Rapidos del Sur (‘Snellen uit het Zuiden’) doen haar naam eer aan met haar rijstijl, hebben ramen in verschillende tinten, sommigen vol met barsten en af en toe een kogelgat en hebben de beste chauffeurs in Guatemala, die op volleerde wijze de tocht de stad uit ondernemen.

Tijdens het half uur langzaam rijden om de stad uit te komen kun je je vergapen aan het vele leven en industrie in de hoofdstad. Overal wordt gekocht en verkocht, zie je kleine autoreparatiebedrijfjes naast enorme bouwmarkten, verkopers langs de kant van de weg, toeterend verkeer dat met alle geweld naar de andere baan wil omdat die sneller lijkt te gaan. We stijgen om uit het dal te komen waarin Guate ligt.  Op het hoogste punt kun je de stad beneden uitgestrekt zien liggen, een kluwen van huizen, wegen, lichtjes en bewegende lijnen verkeer. Langs steile wanden vervolgt de weg, die tussen de hoge heuvels doorslingert. De stank verraadt de plek van de grote vuilnisbelt net buiten de stad, waar vrachtwagens continu hun afval over de rand kieperen en de gieren dag en nacht van hun hemelse bufetten genieten. 

We laten de stad definitief achter ons en komen op de tolweg. Dit is zonder enige twijfel de beste weg in heel Guatemala. Het is niet alleen een mooie weg, het is een fantastische weg, tot in de puntjes verzorgd: witte strepen die de zijkanten en de banen markeren, reflectoren op de weg, borden met de maximumsnelheid, aanwijzingen, een vluchtstrook, op sommige plekken wel vier banen in beide richtingen, asfalt dat gisteren gelegd lijkt te zijn. Er is zelfs een aparte uitrit voor de noodgevallen wanneer de remmen van een zwaarbeladen vrachtwagens het begeven tijdens de afdaling, met berg zand aan het einde om in te rijden, al honderden meters van tevoren aangegegeven met speciale reflectoren op de rijbaan. En om van dit alles gebruik te mogen maken: een toldoorgang, waar auto’s 12 en bussen meer dan 30 quetzales moeten betalen voor een stuk weg van 50 kilometer (vergelijkbaar met wat je betaalt voor een goedkope lunch). Als de overheid zich geroepen zou voelen om zelfs maar eenvijfde van deze kwaliteit als maatstaf te nemen voor de wegen in het land dan zou het voor veel mensen een stuk prettiger zijn om te reizen. Helaas is de meerderheid van de wegen in miserabele condities en moet er een privéeigenaar die bergen geld verdient aan te pas komen om kwaliteit te leveren.

Na het tolpunt komen we langs de grote voorsteden van Guate, waar steeds meer mensen naartoe komen om de drukte en het geweld van de hoofdstad te ontvluchten. Hier vind je steeds meer megaprojecten in huizenbouw, waarbij hele wijken volgens één formaat huizen gebouwd worden. Denk hierbij niet aan nieuwbuwwijken in Nederland, daar zijn ze niet mee te vergelijken. Dit zijn geen nieuwbouwwijken, maar bijna compleet nieuwe steden! Op z’n superAmerikaans worden een soort suburbs uit de grond gestampt van duizenden precies dezelfde huizen in oneindige rijen zover het oog kan zien. Een miniscuul stukje groen voor elk huis en een betonnen achterplaatsje, en zeg maar dag tegen je privacy en individualiteit, en zeg hallo tegen het uniforme massaconsumptie. Om het af te maken nog een grote muur eromheen, een winkelcentrum waar de eigenaar van het geheel grof geld verdient met zijn hoge prijzen, privébeveiliging, een school, speeltuinen, sportveld en voila, je het geen enkele reden meer om de wijk te verlaten.

Na het constante dalen maken we nog een kleine klim over de laatste hoge heuvelrug, waar de wolken laag hangen en zorgen voor bijna eeuwige nevel en regen.

De meeste passagiers beginnnen nu zwaar te knikkebollen. Velen maken de rit zo vaak dat het uitzicht net zo monotoon is als de beweging van de bus. Aangezien je hier niet per persoon betaalt maar per plek, worden kinderen altijd op schoot genomen, soms tot wel drie kinderen per ouder. Huilende kinderen zijn zeldzaam aangezien de taktiek van de meeste moeders is om bij de eerste kik de borst te onbloten en de aankomende huilbui te smoren met een tepel vol warme melk. De kinderen zijn gewend om zo te reizen en zijn over het algemeen zeer rustig. Het helpt dat slechts weinigen de wiegende beweging van de bus lang kunnen weerstaan. Het is geen uitzonderlijk beeld om een trotse vader telkens liefdevol naar zijn dochtertje te zien kijken dat in zijn armen ligt te slapen, af en toe haar eens over de wang aaiend of haar instoppend met zijn trui die hij om haar heengeslagen heeft, of een moeder met een slapende baby op de ene arm en op haar knieen haar zoontje van vijf die tegen haar andere schouder in slaap is gevallen.

De buschauffeur laat een echtpaar de bus in, waarvan de vrouw vooraan naast hem plaatsneemt op de grond. Ze begint de grote bak uit te pakken die ze op haar hoofd droeg, omwikkeld met doeken. De man loopt door de bus en probeert de passagiers te verleiden tot een plato van tortillas met kip, tortillas met varkensvlees, tortillas met tong of tortillas met bonen. Van alles hebben ze, weg te spoelen met koude drankjes. Meerdere passagiers maken van de gelegenheid gebruik om te lunchen, waarna de vrouw de hete tortillas uit de doeken tevoorschijn haalt en ze op plastic bordjes legt met het vlees. De chauffeur en de helper kletsen honderduit met de dame en ontvangen hun hapje gratis, zo betalen de vendedores voor het recht om te mogen verkopen in de bus. Het echtpaar is prima op elkaar ingespeeld en doet goede zaken.   

We kruisen de vulkaanlijn: de lijn die door het land snijdt aan de grens van het hoogvlakte. Rechts zien we eerst de enorme vulkaan Agua, met haar brede basis en glooiende groene hellingen. We rijden verder om dan aan de linkerkant in de verte de spitse Pacaya te onderscheiden. Dit is een zeer actieve vulkaan waar bijna constant smalle stroompjes lava uitstromen, langzaam en gestaag grote lavavelden vormend aan de voet van de krater. Soms kun je na een kleine uitbarsting ’s avonds vanaf de snelweg de lava zien gloeien in het donker. Bij beklimming van de Pacaya zie je de grens tussen de normaal begroeide groene heuvels en de zwarte onbegroeide lavavelden, waarna je de scherpe stukken lava betreedt tot aan één van de rode tongen en je begeleid door het geluid van de voortbewegend lava en de barstende stenen kunt genieten van het adembenemende uitzicht. Voorbij de Pacaya zien we aan de rechterkant de Fuego opdoemen. Als je geluk hebt spuwt deze actieve vulkaan net een wolk stof uit als je erlangs rijdt. Het begint met een klein stipje wanneer de Fuego haar binnenste uitbraakt, die later uitgroeit tot een aanzienlijke wolk.  Door de hoeveelheid stof die elke dag op haar hellingen valt groeit er weinig op deze vulkaan.

Ondertussen heeft de slaap de meerderheid van de passagiers al voor zich gewonnen. Het geluid van de motor van de grote bus overstemt de onopzettelijke snurkuithaal die hier en daar ontsnapt aan een in diepe coma verkerende passagier.

We rijden door steeds bredere groene dalen, met in de verte prachtige bergformaties in grillige vormen en dorpjes hier en daar. Ineens ploppen onze oren vanwege het hoogteverschil. De chauffeur kent de weg goed en we maken dan ook met hoge snelheid de geleidelijke afdaling van de bergen naar het lagere kustgebied. Mensen lopen langs de snelweg, terug van het werk in de velden of wachtend op hun bus. De bus stopt om een grote hoeveelheid mensen uit te laten uitstappen: we zijn dichtbij Escuintla, de eerste en enige grote stad tussen de hoofdstad en Mazatenango. Een prachtige snelwegconstructie met een afrit in een grote cirkel die niet onderdoet voor Europese snelwegen leidt naar de stad. We nemen echter niet de afslag, want we zitten in de snelle bus die gelukkig niet de lange stop in het centrum van de stad maakt. We vervolgen snel onze wegen en verruilen de frisse dunne berglucht voor een lekker temperatuurtje. Truien en vesten die onontbeerlijk zijn in de hoofdstad worden uitgetrokken en verdwijnen in tassen of onder stoelen.

Na Escuintla gaat de snelweg over in eenbaansweg. Links zien we de eerste velden met suikerriet. De bus versnelt nog meer en haalt op de rechte weg met gemak de auto’s die met een slakkegangetje rijden. Loofbomen mengen zich in het heuvelachtige landschap met hoge palmbomen. Maar we zijn nog niet in het vlakke kustgebied aangekomen, eerst slingert de weg weer de heuvels in. De bochten worden scherp en door het hoogteverschil krijgen de grote vrachtwagens op de weg het moeilijk, wat ze drastisch doet vertragen. Genoeg om de handen van de ongeduldige chauffeurs van onze Rapidos del Sur te doen jeuken om ze in te halen. Dat is echter nog niet zo makkelijk op een slingerende eenbaansweg waarbij je nooit verder kan kijken dan de volgende bocht. De buschauffeur, die de weg wel kan dromen, neemt veel risico’s bij het inhalen. De passagiers worden wakker en houden angstvallig de weg in de gaten alsof hun priemende blikken in de rug van de chauffeur hem op het rechte pad kan houden. Het landschap leidt ons af van de op de loer liggende ongelukken, met de uitgesneden weg die tussen de steile wanden door het binnenste van de heuvels in lijkt te rijden, en de vele bloemen langs de kant van de weg.

Twee mannen in oranje t-shirt zwaaiend met een grote vlag geven aan dat we wegwerkzaamheden naderen. Al bijna een jaar is men bezig met het verbreden van de weg tussen Mazatenango en de hoofdstad, van een eenbaans- naar een tweebaansweg. Op sommige stukken gaat het werk zeer voorspoedig en maken voetgangers en fietsers al gebruik van het glanzend nieuwe asfalt. Op andere stukken moeten er nog hele heuvels worden afgegraven of staat er in het pad van de nieuwe weg ineens nog een stuk grond met een electriciteitspaal erin. Het is geen makkelijk stuk om een weg te verbreden: de weg slingert tussen lage heuvels door. Dit is het rubbergebied. Alle hellingen zijn bedekt met rubberbomen, vele honderden vierkante kilometers van de bomen waar het witte sap uitlekt dat de basis vormt voor het flexibele rubber. Naast het feit dat alle vroegere begroeiing gekapt is om de rubberplantages aan te leggen, heeft het nog een minpunt. De verwerking van dit rubber produceert een vreselijke stank. Een dikke vieze geur die je de adem beneemt en in al je porien lijkt te dringen. Je ruikt het meteen als je in de buurt van een rubberverwerkingsfabriek komt en geloof me, op die momenten waardeer je de hoge snelheid van de chauffeur.

We dalen sterk en gaan definitief weg uit de hoge heuvels. De weg wordt minder bochtig en is precies aangelegd op de grens tussen de kust en de boca costa (het gebied tussen het platte kustgebied en de hoogvlakten). Aan onze rechterhand zien we de voet van de hellingen van de Boca Costa, waar de meeste grond wordt gebruikt voor de vele grote koffiefincas. Het klimaat is hier koel en zonnig, met frisse nachten en veel bewolking in de namiddag, omdat de wolken blijven hangen bij hun stijging tegen de berghellingen, onderweg naar de vulkanen. Aan onze linkerhand ligt de Costa Sur, het laaggelegen vlakke kustgebied, met de meest vruchtbare grond van Guatemala. Het is een gebied met een tropisch klimaat met hoge temperaturen en vochtigheidsgraad, dat steeds droger wordt naarmate je dichterbij de zee komt.

De buschauffeur pikt een passagier op. Hij neemt vooraan in het gangpad plaats en haalt een oud en verweerd boek te voorschijn. Het is de Bijbel. Met vaste stem begint hij een vlammend betoog over hoe de liefde voor de Heer het leven de moeite waard maakt. Gepassioneerd spoort hij de mensen aan hun leven te leiden volgens de regels van Gods boek, om zo de gang naar de eeuwige helse vuren te voorkomen. Hij wordt er schor van. We rijden verder, parallel aan de kust, met links de zee, rechts de contouren van de bergen en recht voor ons in de verte Mazatenango.

Nu komen we in het ultieme suikerrietgebied. Zo ver je kan kijken groeit het wuivende suikerriet met de roomwitte pluimen. Tussen de schijnbaar eindeloze velden doemt zo nu en dan een ingenio op, een van de oude suikerrietfabrieken die al tientallen jaren de dienst uitmaken in de Costa. Ze produceren nog op volle kracht, zelfs al zou de aanblik van de verroeste machines niet doen vermoeden dat de installaties nog een dag werk zouden kunnen overleven. Om een dergelijke fabriek draaiende te houden is een constante stroom van materiaal nodig. Rijen vrachtwagens uitpuilend met suikerriet staan naast de fabriek te wachten tot hun tijd komt om uitgeladen te worden, terwijl de stroom volle wagens bij de ingang van een ingenio standaard voor flink oponthoud zorgt. De suikerrietindustrie is niet alleen lastig voor automobilisten. In de maanden van november tot en met maart, oogstseizoen van de suikerriet, worden de cañavelden één voor één afgebrand voordat het riet afgesneden wordt. Deze verbranding veroorzaakt een regen van zwarte deeltjes die het gehele kustgebied bedekt onder een laagje zwarte as. Slecht voor de gezondheid en jammer van de witte was die je vanochtend schoon had opgehangen in je tuin om te drogen. Daarnaast kopen de ingenios alle beschikbare landbouwgrond in de regio op om hun lucratieve business nog verder uit te breiden, waardoor het voor boeren steeds moeilijker is om een stukje grond te vinden, en de huur voor grond elk jaar meer stijgt. Nu de markt voor biobrandstoffen aan het groeien is, zullen de problemen hier in de regio zich verdiepen.

Er komen nu veel pickups langs, met een open laadbak. Het is niet verrassend om grote groepen mensen achterin auto’s en bovenop vrachtwagens te zien zitten. Soms hebben hele familie zich verschanst achterin de laadak, tegen elkaar aanleunend in slaap gevallen. Het wordt nu onmiskenbaar warmer. De lucht wordt dikker en je huid gaat plakken. Zo ongeveer iedereen in de bus slaapt nu, ondanks de vrolijke muziek die niet al te zacht volume uit boxen schalt.   

Overal zijn tekenen van het vele water dat hier in de regio valt. Elke paar minuten passeren we een stroompje of een rivier. Door aardbevingen is de aarde in het verleden op verschillende plekken opengescheurd waardoor een diepe kloof van meer dan honderd meter diep en vijftig meter breed ontstaan is, een goede weg vormend voor het vele water dat vanuit hogergelegen gebieden richting de zee stroomt. Electriciteitslijnen snijden door de weelderige plantengroei afgewisseld door suikerriet, stroompjes, stukjes land waarop mais verbouwd wordt en grote papayaplantages. De lage puntige heuvels doen je afvragen of er onder sommigen niet een onontdekte mayatempel verstopt zit. De weelderige tropische begroeiing overwoekert alle bomen langs de kant van de weg. 

We moeten ineens stilstaan, zonder enig idee waarom, want je kan onmogleijk voorbij volgende bocht kijken. Vrouwen zwermen om de bus heen met koude flesjes cola, cocossap, water, nootjes en chips. De politieke propagandaposters en vaantjes van de verkiezingen van maanden geleden hangen nog overal, sommigen bijna onherkenbaar verkleurd door de onbarmhartig felle zon. We passeren een grote vrachtwagen van Chiquita, vol met bananen uit het kustgebied. Veel van de bananen die je in de supermarkt in Europa koopt komen hiervandaan.

We passeren nog een aantal ondiepe rivieren, met oevers vol grote stenen. Vrouwen staan in het water om de vuile kleren van het gezin te wassen terwijl de kinderen opgaan in de watergevechten. Wat opvalt is dat alle bruggen een eigen naam hebben, terwijl je geen idee hebt hoe een dorp of stad heet als je er binnenrijdt.

We snijden nog meer richting de kust en rijden nu op een hoogte van zo’n 600 meter. Het ene moment kijk je uit over de lagergelegen kust, is de zee bijna te zien, soms rijd je tussen lage heuveltjes. Vanaf hier domineert onmiskenbaar het suikerriet. Suikerriet, sukerriet en nog eens suikerriet, met hier en daar een paar bomen ertussen. De middagregen kondigt zich aan. De donkere onweerswolken tegen de berghelling contrasteren met de witte schapenwolken tegen de blauwe lucht in de richting van de zee.

En ja, vlak voor aankomst is het zover. Een echte tropische plensbui. Binnen no time ontstaan enorme plassen, zwellen de rivieren aan, begint de bus te lekken via het dakraam dat niet helemaal goed sluit, en verslechterd het zicht van de buschauffeur alarmerend. Elke paar seconden schieten de bliksemflitsen ons om de oren en vullen de goten langs de weg zich met snelstromend water. Watermanagemement, daar houdt men hier niet zo van...

Onder een deken van regen arriveren we bij km 158, Mazatenango. We zijn weer thuis.  


« Change of attitude »
(Simon, 2 april 2008)

Wat klinkt dat goed, ik word er spontaan opgewekt van! En om dat te kunnen zeggen, ook al is het op dit moment nog slechts een voornemen dat nog uitgevoerd moet worden, maakt al het verschil.

Okee, ik zal beginnen het jullie uit te leggen. We kwamen terug in Guatemala na drie fantastische weken in Europa. Weken van ontspanning, eetfestijnen, blijde herenigingen, familie en vrienden, van herijken en weg van alles zijn. Het was nodig om de batterijen op te laden, om de gedachten op een rijtje te zetten en opnieuw alle moed te verzamelen, want we wisten dat er bij onze terugkomst een ‘moeilijke situatie’ op te lossen viel.
            We hadden met EIRENE en CODECA afgesproken om een bemiddelingsproces aan te gaan. Het idee was om op te zoek te gaan naar wederzijds begrip, om te begrijpen waarom de ander gedaan heeft wat hij gedaan heeft, op basis van welke gedachtengang en met welke bedoeling. Of de uitkomst van het proces zou zijn dat we bij CODECA verder zouden werken of dat we zouden vertrekken, was in eerste instantie niet belangrijk. Om in ieder geval alle opties open te houden, kwam CODECA tegemoet aan het verzoek van EIRENE om ons ontslag op te schorten.

Dat klinkt allemaal erg goed, maar het moet nog wel geleefd en uitgevoerd worden. Voor ons betekende teruggaan naar Guatemala teruggaan naar de onzekerheid. Eind februari was onze toekomst immers nog even onzeker als begin januari, vlak na ons ontslag. Het grote verschil met januari: de bemiddeling. En juist deze bemiddeling, door haar karakter met het open einde, reduceerde het kleine beetje zekerheid dat we hadden tot de span van slechts een paar weken. Wat het einde van de bemiddeling voor ons leven hier betekent wisten we immers niet. Dus hebben we al onze aandacht op het bemiddelingsproces gericht, dat zo snel mogelijk zou moeten beginnen, het liefst eind februari al. Helaas bleek de bemiddelaar net in die periode enkele weken afwezig te zijn, waarna we moeilijkheden hadden om met hem in contact te komen. Daarna was het opeens Semana Santa (de Paasweek: heel Guatemala verplaatst zich om zijn of haar familie op te zoeken, of om verfrissing te vinden bij een rivier of de zee). Plotseling hadden we dan toch eindelijk een datum gevonden die voor iedereen leek te werken, maar op de avond voor de grote dag X was er nog geen tijdstip vastgesteld. En ja, op dag X min 1 bleek ‘s avonds dat niet iedereen meer beschikbaar was. Ondertussen is het begin april en het enige wat we weten is dat we misschien volgende week de eerste meeting hebben, misschien !

Elke dag is afwachten, niet te veel vooruit plannen, want elke dag zou de dag van de eerste bijeenkomst kunnen zijn, wat natuurlijk voorrang heeft. Dus wachtten we af, bereidden we ons voor, tot de teleurstelling langzaam overging in frustratie. Het duurt nu al zes weken, en nog steeds niks !!

Als we deze specifieke situatie in een grotere context plaatsen, wordt het er ook al niet veel beter op. Eerst werden we ontslagen, waarna een goede vriend levensbedreigend ziek werd, waarna we in de loop van twee pistolen keken bij de diefstal van de auto, en we tot een week voor vertrek niet wisten of we wel naar Europa zouden kunnen gaan, tot tenslotte enkele weken weg van alles....oefff. Terug in Guatemala wisten we niet zo goed wat te doen. We hadden weinig werk, niemand gaf ons iets te doen, we konden niets dan afwachten, plus nog eens zeer slecht gezondheidsnieuws uit de naaste familie. Daarna naar het ziekenhuis voor een zwaar verstuikte enkel, en nu ben ik ineens aan bed en stoel gekluisterd, en mag ik drie weken geen stap verzetten.
            Ik ben een groot gelover in de gedachte dat het positieve meer positiefs aantrekt. Nu heb ik me, eigenlijk voor het eerst in mijn leven, gerealiseerd dat datzelfde geldt voor het negatieve. Langzamerhand verloor ik mijn energie, mijn motivatie, mijn hoop, dat kleine lichtpuntje aan de horizon dat me voortdrijft. Langzamerhand werd ik moe, lui, chagrijnig en had ik nergens meer zin in.

Gelukkig heb ik Marieke en gelukkig is zij gevoelig. We hadden elkaar al die tijd proberen te steunen, wat echter steeds moeilijker werd omdat we ons allebei in dezelfde ‘misère’ bevonden. Langzamerhand had de een niet meer voldoende energie om zichzelf en ook nog de ander voort te trekken. Het gebrek aan energie en aan enthousiasme deed ons in een soort staat van lethargie vallen, die nou ook niet  bepaald stimulerend was.
            Ik herinner me niet meer precies wat de druppel was die de emmer deed overlopen. Op een dag was Marieke erg verdrietig, vanaf het moment dat ze opstond. Omdat ze haar vinger niet op de oorzaak kon leggen, was ze de hele ochtend geirriteerd. ’s Middags kregen we keiharde ruzie over iets kleins. De maat bleek vol. Gelukkig realiseerden we ons hierdoor dat we al lang niet meer echt met elkaar gecommuniceerd hadden. Dat we onze teleurstellingen weggestopt hadden om de de ander er niet ook mee te besmetten, dat we onze frustraties verstopt hadden, verborgen om ze niet te hoeven erkennen tegenover de ander en ook niet tegenover onszelf. Zoals een struisvogel, kop in het zand.

Ik had het me nog niet gerealiseerd, maar ik was hard onderweg naar een depressie. En het werd alleen maar erger door alle gevoelens in mezelf op te sluiten. Om alles in te slikken en in mijn onderbuik op te slaan. Ik had deze schreeuw van Marieke nodig.

Diezelfde avond vroeg Marco (die samen met Carmen bij ons op bezoek was): « Dus, hoe gaat het nu verder voor jullie? » Mijn antwoord was niet meer : « Ik weet het niet, we zien het wel, we wachten het af », maar « Andere instelling !! De situatie is kut, maar het is niet meer dan een situatie, het duurt niet ons hele leven. Andere instelling! Het leven is mooi, en we kunnen haar zodanig beinvloeden dat ze dat ook daadwerkelijk wordt. We zijn geen slachtoffers van de situatie, maar we nemen ons leven weer in eigen handen. »

Zoals ik aan het begin zei, het is nog slechts een voornemen. Het tijdperk van de veranderde houding is pas twee dagen geleden aangebroken, maar om te eindigen met goed nieuws : ik hoor de vogels weer fluiten in de ochtend en ik voel hoe mijn batterijen zich weer opladen.

Weekend in het paradijs (Marieke, 4 - 7 april 2008)

Om kwart over vijf ging de wekker. Hoewel de verleiding bijna onweerstaanbaar was om nog door te slapen sleepten we onszelf uit bed. Simons voet moest nog even in een ijsbadje, de koffie en muesli kwamen te voorschijn, maar al snel waren we ready to go! Met de minibus naar het centrum waar we al snel een bus hadden naar Tecun Uman, de grensstad met Mexico. Om negen uur kregen we al de Mexicaanse stempels in ons paspoort. Een fietstaxi reed ons over de brug over de rivier Suchiate die Guatemala van Mexico scheidt en daar waren we dan: voor ons allebei de eerste keer in ons buurland. We pakten snel een minibus naar Tapachula, de eerstvolgende grote stad. We keken onze ogen uit: het verschil met Guatemala was subtiel, maar heel goed duidelijk. Wat we zagen deed niet raar aan, veel was min of meer hetzelfde als wat we kenden. Alles was alleen net iets mooier, schoner, groter en beter onderhouden. De huizen, geschilderd in vrolijke, felle kleuren, waren mooi afgewerkt met allerlei versieringen. Er was minder afval en in de stad had je zelfs overal een stoep (tja waar je je niet allemaal over kan verbazen na een jaar Guatemala!). Een duidelijk verschil in welvaartsgraad. Mexico is eigenlijk Guatemala met een facelift! Dat was tot onze schrik ook meteen te voelen in onze portemonnee, aiaiaiai, toch een tandje duurder daar.

We arriveerden in Tapachula, dat een erg grote, maar prettige stad bleek te zijn met 200.000 inwoners. Daar vonden we de terminal van de busmaatschappij die ons naar Tonala zou brengen. Wederom was het even slikken, 138 pesos (100 quetzales) voor 3,5 uur reizen. In Guatemala betaal je daar hooguit 40 voor. Maar toen de bus de terminal binnenreed konden we hem al snel waarderen: supercomfortabele stoelen, airco die rustig de hitte wegblaasde, licht, geluid dat werkte en een vermakelijk filmpje om de verveling op afstand te houden. Het was lang geleden dat we in Guatemala in een bus hadden gezeten waar er daadwerkelijk iets gebeurd als je knopjes indrukt, haha. Je betaalt wat, maar dan heb je ook wat. Vier uur comfortabele reis later bevonden we ons in Tonala. Daar gingen we op zoek naar een plek waar we naar Zwitserland konden bellen. Simons moeder was die dag geopereerd en we konden niet wachten tot we nieuws kregen over hoe het gegaan was. En ja, het was goed nieuws! Opgelucht en blij legden we binnen een uur het laatste deel van onze reis af in een taxi. We arriveerden in een schattig dorpje dat ogenschijnlijk aan een rivier lag met aan de overkant een eiland: Boca del Cielo. Aangezien Boca del Cielo op een langgerekt en dun eiland aan zee ligt, moesten we nog met een lancha (bootje) oversteken om echt aan te komen in het paradijs. Naast een restaurant onder een rieten dak zagen we vanuit de verte al twee dames als gekken zwaaien en in het rond springen. Het welkomstcommitee van Maeva en Carmen stond dus al klaar om ons in de armen te sluiten. Na een lange reis waren we er dan!

Maar waar waren we? Het eiland was vele kilometers lang, maar heeft een breedte van ongeveer tweehonderd meter. Aan de ene kant stroomt de zee rustig en kalm langs, als een zacht kabbelende rivier. Aan de overkant zie je het vasteland, met bergen op de achtergrond. Aan de andere kant van het eiland sta je aan de groenblauwe zee, met een sterke stroming en hoge golven. De twee zeeen worden gescheiden door een strook lichtgrijs fijn zand, wuivende palmbomen en tientallen simpele restaurants onder hoge palmdaken tegen de hitte. Welcome to paradise! Carmen en Marco hadden een simpel hotelletje gevonden waar de eigenaars op het strand vijf idyllische cabañas hadden gebouwd met grote ruime kamers, hoge plafonds, twee tweepersoonsbedden en een klein badkamertje.

Onze huisjes
Zonsopgang aan de 'rivierkant'

We waren door het dolle heen om de anderen weer te zien. Dat moest gevierd worden! De Corona vloeide rijkelijk en de stemming was uitgelaten. Toen het donker werd viel al snel de stroom uit, maar dat had allesbehalve en negatieve invloed op de sfeer. De kaarsen werden aangesleept door de vriendelijke eigenaar en zijn vrouw. Ondanks het gebrek aan licht in de keuken stelden ze voor een lekkere maaltijd voor ons te bereiden. Tegen het einde van de avond besloten wij dames een nachtelijke duik in de warme zee te nemen, onder de adembenemende sterrenhemel. Al bij ons eerste spetterende contact met het water zagen we iets vreemds: kleine zilveren vonkjes in de branding. Carmen had ons een paar weken daarvoor toevallig over dit fenomeen verteld: lichtgevend plankton! Jubelend van vreugde doken we de zee in, ons verbazend over het magische effect van de fotoplankton, zoals we het gedoopt hadden. Briljant! Als je je armen of benen door het water beweegt die je overal kleine lichtjes verschijnen, als je water naar iemand spat dan gooi je eigenlijk een lading sterretjes naar de ander! De mannen konden het niet weerstaan en al snel klonken van alle kanten kreten van verbazing. Wat een euforie!

De volgende twee dagen waren fantastisch. Iedereen ging lekker zijn eigen gang, maar met z'n zessen hoef je als je wilt ook nooit alleen te zijn. Zo nu en dan zaten we gezellig te kletsen met de vrouwen onder elkaar en dan weer was het stoeien in de branding met onze mannen. Dan weer een rustig moment per stel en aan het einde van de middag zochten we elkaar allemaal weer op. Tijd voor een spelletje met een biertje in de hand. Het duurde niet lang of de anderen waren ook verslaafd aan Machiavelli (bedankt pap en mam!). Elke avond viel voor het diner de stroom weg, en het grootste deel van de tijd was er ook geen water. Het maakte allemaal niet uit. Met onze zaklampen en kaarsen vonden we onze weg wel en met het water uit de put douchten we ons om het zout van ons af te spoelen. Zondagmiddag bestelden we een fantastisch galgenmaal met grote hoeveelheden vis, garnalen en zeevruchten, weggespoeld met zelfgemaakte mojito's.


Onze hideout voor schaduw en rust
MaevaPascalMarcoCarmen
Life sucks....!Wat een zwaar weekend!

Maandagochtend was iedereen al vroeg wakker om op zijn of haar eigen manier afscheid te nemen van deze mooie plek. We hadden ons vertrek goed geregeld. Om half acht zou er een bootje ons allemaal naar het vasteland brengen om daar ieder onze eigen weg te gaan voor elk een lange reisdag. De lancha was ruim op tid aanwezig, dus we besloten nog een kop koffie te nemen. De eigenaar besloot nog een half uurtje te wachten tot hij ons vroeg of we niet wilden vertrekken. "Maar we hebben toch nog tijd," antwoordden we. "Uh, maar jullie weten toch dat de klok een uur vooruit is gegaan vannacht? Het is nu acht uur geweest...." Aarggghhhh! paniek, we moesten namelijk een bus halen in Tonala. We konden er wel om lachen trouwens. Wat een toeval dat dat nou net die nacht moest gebeuren haha. De bus hebben we niet meer gehaald, maar wel een andere bus niet heel veel later en voor de halve prijs, perfect! De reis ging redelijk voorspoedig tot we over de grens waren. De bus waar we instapten om ons naar Mazate te brengen zag er ineens heel gammel uit na de geode bussen in Mexico. Vlak na vertrek begon het te hozen. We hadden al relatief veel regen gehad in de afgelopen twee maanden, maar dit sloeg alles: het regenseizoen leek begonnen. Het hoosde maar door en door met ongewoon harde kracht en windvlagen. De buschauffeur had niet meer dan een paar meter zicht en de takken en bladeren vlogen ons om de oren. Het begon te onweren, waarna de volgende uren de lucht elke paar seconden verlicht werd door bliksemflitsen. Ongelooflijk noodweer was het, tot aan Mazate, waar we uiteindelijk om half negen 's avonds (!) arriveerden, moe maar tevreden. We zouden het zo weer doen, die hele reis, als dat zou betekenen dat we nog zo'n weekend konden hebben...

Voor de mensen die Frans spreken hier nog een extra bonus: een fotosoap die Pascal ontworpen heeft over onze dagen in Boca del Cielo. Een aanrader!


'Geef me de sleutels'
(Marieke, 11 januari 2008)

We hadden de nacht doorgebracht in het huis van Carla's tantes, waar Carla en haar ouders zolang verbleven. Het was half tien 's ochtends. We waren een uur geleden opgestaan en klaar om te gaan: Carla en haar ouders naar het ziekenhuis waar Reynaldo lag, wij op weg naar een aantal instanties in de hoofdstad. Carla en haar moeder liepen nog even naar binnen bij haar tantes, die aan de overkant van de straat woonden, Simon en ik wachtten bij de auto die we van CEIBA (de organisatie waarvoor Simon vier jaar gelden werkte in Guatemala) gehuurd hadden voor de vakantie met Elisabeth en Ueli, en Carla's vader Baudilio was de laatste dingetjes in hun auto aan het klaarmaken. Het was een rustige en welgestelde wijk in zona 7 en er was niemand op straat. We keken uit naar het ontbijt dat we zo zouden gaan eten. Er kwamen twee mannen aanlopen over de stoep. We gingen een stap opzij om hun erlangs te laten. Ineens trokken ze allebei een pistool tevoorschijn en verwijderde de veiligheidspal. Compleet kalm en koelbloedg, duidelijk professionals, liep één van hen naar Baudilio om hem de sleutels van zijn auto afhandig te maken, terwijl de ander zijn pistool op ons richtte. 'Geef me de sleutels van de auto'. Simon zocht de sleutels, maar vergat in de stress dat deze in het contact zaten. De man vond de sleutels en stapte in. Hij probeerde de auto te starten, maar het lukte niet vanwege een kleine beveiliging die erop zit. De ander rchtte zijn pistool weer op Simon. 'Laat me zien hoe ik de auto start.' Tot mijn grote schrik kwam op dat moment Carla nietsvermoedend naar buiten lopen met haar tante op de hielen. Het drong niet meteen tot hen door wat er aan het gebeuren was. Eén van de mannen stak het pistool in Carla's zij. Ineens besefte ze wat er aan de hand was en begonnen we iedereen naar binnen te duwen, de garage in. Simon probeerde nog onze rugzak te pakken die op de achterbank stond, maar de man gooide hem terug in de auto. Ik werd ook naar binnen geduwd en zag iemand de deur sluiten. 'Simon is nog buiten', riep ik en wilde naar de deur toe. Het volgende moment scheurden de mannen weg in onze auto, ons allemaal verdoofd achterlatend.

Iemand belde de politie. De grootste angst was dat ze terug zouden komen om de andere auto ook mee te nemen. We beseften dat we het nummerbord van de auto niet wisten en dat de autopapieren ook gestolen waren. We hadden al twee dagen geprobeerd om CEIBA telefonsich te bereiken, maar niemand nam op; de organisatie waren nog met vakantie. Al trillend en volledig geschikt probeerden we helder te denken. Hoe konden we zo snel mogelijk het nummerbord achterhalen? Simon en de vader van Carla probeerden te kijken hoeveel ze zich ervan konden herinneren, maar verder dan iets met een 8 en een 2 kwamen ze niet. Plotseling kwam er een auto aanrijden, heel langzaam. Iedereen raakte opnieuw in paniek: Ze zijn terug, ze zijn terug! Wat konden we anders doen dat hulpeloos toekijken hoe ze er met de tweede auto vandoor reden? Gelukkig herkende Carla's tante de twee mannen als buren. We slaakten collectief een zucht van verlichting. Carla's praktische neef wist zonder sleutels de andere auto te starten en deze werd naar binnen gereden. Simon begin rond te bellen. Na een kwartier slaagde hij erin iemand van de organisatie te pakken te krijgen die het nummerbord zou gaan opzoeken. Op hetzelfde moment belde Mario Godinez Lopez, de baas van CEIBA. Hij had het nieuws via via gehoord. Hij gaf aan dat de auto verzekerd was, dat hij al contact had opgenomen met de verzekeing en dat die zo zouden bellen. Om er zeker van te zijn dat ze het geld terug zouden krijgen moest SImon vertellen dat hij voor CEIBA werkte en in Huehuetenango woonde, zei Mario. En inderdaad, de verzekering belde twee minuten later om het verhaal te verifiëren. Meteen daarna belde er iemand van CEIBA, die ons eindelijk het nummerbord van de auto kon geven: 506 CWC. Weten jullie het zeker, ik herinner me iets met een 8 zei Simon. We kijken het na. Een kwartier later bevestigden ze het nummerbord. Eindelijk konden we het doorgeven aan de politie. In een wirwar van telefoontjes en door elkaar pratende familieleden, stonden we nog vol ongeloof te na te trillen. Uiteindelijk dwongen de tantes ons om wat te eten waarna we met Sylvia naar een politiepost in de buuurt redenl Hier deden we officieel aangifte van de overval. Er werd ons verteld dat we op dinsdag langs het Openbaar Ministerie moesten gaan om alle papieren op te halen. Misschien is het niet nodig, want veel gestolen auto's komen snel weer boven water, zei hij. Lichtelijk sceptisch gingen we terug naar Carla's tantes, totdat de vezekeing ons informeerde dat er een speciaal systeem geinstalleerd was in de auto dat een radiosignaal uitzond. Hiermee zouden ze de lokatie van de auto kunnen achterhalen. Dat geeft de burger moed.

Nadat we alle formaliteiten hadden afgehandeld was het ondertussen vroeg in de middag. We besloten terug naar Mazate te gaan, we wilden alleen nog maar naar huis. Net voordat de ouders van Karla ons op de bus kon zetten, belde ineens de politie, die ons informeerde dat ze de auto gevonden hadden en dat we zo snel mogelijk de agent moesten bellen diede auto had aangehouden. Bij Simon sloeg alles wat er gebeurd was ineens op zijn lijf en een golf van misselijkheid volgde. We moesten even wat frisse lucht happen, waarna Simon enigszins nieuwsgierig het nummer belde van agent Soto. De politie had de auto net buiten de hoofdstad aangehouden en de overvaller gearresteerd. De overvaller was geïdentificeerd als Mario Godinez Lopez, vertelde hij.

Wacht even, zei u Mario Godinez Lopez??? 'Maar, maar,' stamelde Simon, 'dat is de baas van CEIBA, hij is zeg maar de eigenaar van de auto!' De pijnlijke waarheid drong snel tot ons door: CEIBA heeft meerdere auto's en iemand had ons het verkeerde nummerbord doorgegeven... Nu was de baas, die met een andere, precies dezelfde auto van de organisatie onderweg naar huis was met zijn tienerzoon en -dochter achterin, gearresteerd en in de boeien geslagen! De situatie was zo absurd dat we het niet konden helpen om hard te lachen. Het was net even de ontlading die we nodig hadden. Ze konden Mario echter niet zomaar laten gaan, eerst moest de aangifte die hem als overvaller brandmerkte geannuleerd worden. Omdat Simon de aangifte gedaan had was hij de enige die hem ongedaan kon maken. We reden naar het politiebureau waar ze hun naartoe hadden gereden. Mario stapte uit, met handboeien om, gevolgd door zijn ontzettend geschokte dochter en zoon, gelukkig niet in de boeien. Blijkbaar had politie in burger de auto aangehouden, de inzittenden van de auto at gunpoint laten uitstappen en op de grond gedwongen. Mario had Simon al gesproken die ochtend en wist dat onze auto gestolen was. Aangezien hij niet meteen doorhad dat het politie was die hen aanhield dacht hij: Oh nee hè, dat is de tweede auto op één dag die gestolen wordt! We waren wel onder de indruk van de efficientie van de politie. In minder dan vier uur was de auto immers teruggevonden en de 'dader' opgepakt! De politie liet hem snel gaan toen ze begrepen hoe de situatie in elkaar zat. Gelukkig kon de sympathieke Mario de absurditeit van het geheel wel inzien en (bijna) waarderen. Hij nam niemand iets kwalijk zei hij, maar hij zou zeker een hartig woordje spreken met de persoon die het verkeerde nummerbord had doorgegegeven. Samen reden we opnieuw naar de politiepost waar we de aangifte gedaan hadden. De agent was boos dat zijn werk voor niks was geweest en dat zo'n fout gemaakt had kunnen worden. Simon liet hem uitrazen en gaf hem groot gelijk. Hierna hielp hij ons vriendelijk en snel verder met de nieuwe aangifte. Eindelijk kon de politie nar de goede auto, de echte gestolen auto, beginnen te zoeken. (Leuk detail: In de tijd die het kostte om de nieuwe aangifte te regelen werd de agent twee keer per walkietalkie opgeroepen door ijverige politiemannen dat men de gestolen auto gevonden had. Deze stond nu namelijk twintig meter van de politiepost geparkeerd! Ons respect voor het werk van de politie groeide nog iets meer). Helaas bleek later op de dag dat de gestolen auto niet uitgerust was met het radiosysteem dat het lokaliseren van Mario's auto mogelijk had gemaakt eerder die dag. Het werd nu wel heel onwaarschijnlijk dat deze nog boven water zou komen. Ondertussen was het half zes 's avonds en we besloten nog een nacht in Guate te blijven. We bezochten Reynaldo nogmaals tijdens het bezoekuur, die tot ieders blijdschap stukken vooruit was gegaan ten opzichte van de dag ervoor. Er was een groep collegadocenten op bezoek die met de bus uit Mazate waren gekomen en tot onze grote vreugde boden ze Simon en mij een lift aan naar huis. Om middernacht kwamen we compleet leeg en uitgeput aan, waarna we allebei twaalf uur achter elkaar geslapen hebben en een dag rust inlasten. Wat een avontuur...


Typisch CODECA !? (Marieke, 29 oktober 2007)

De tweede ontmoeting voor het Strategisch Plan had een interessant programma en een facilitador die goed ingelicht was over de mogelijke obstakels die vanuit CODECA het proces zouden kunnen bemoeilijken.

We waren er al bang voor van te voren: dat Mauro en Mateo aan de haal zouden gaan met de hele workshop. Vanwege hun autoritaire persoonlijkheden is het voor deze twee oprichters van CODECA de normaalste zaak van de wereld dat wanneer zij praten, iedereen luistert. Het maakt niet uit of ze vijftien minuten of drie uur aan één stuk door praten, niemand zal hen in de rede vallen. Wat de grote leider zegt is immers de waarheid, hij heeft namelijk altijd gelijk. Het enige dat voor ons, zijn onderdanen, nog nodig is is om te bevestigen dat hij gelijk heeft. 'Oh grote leider, u bent zo wijs en goed, natuurlijk ben ik het volledig met u eens, u bewijst maar weer eens uw grote intellect met deze opmerking.' Dit doen de meeste activistas dan ook uitvoerig.

Enfin, voor de workshop van het Strategisch Plan hadden we net als de eerste Roberto uitgenodigd, die op zijn minst een even sterke persoonlijkheid heeft als Mauro, alleen is zijn aanwezigheid veel positiever. Als iemand de zaken in beweging kon krijgen dan was hij het wel, was onze redenatie. Maar Mauro zag in Roberto meteen een bedreiging. Hij begon direct met het onderuit halen van een aantal van Roberto's stellingen. 'Nee, dat zie je verkeerd Roberto, het is namelijk zo en zo en zo....'. Alles om hem in diskrediet te brengen en te laten zien dat zijn woord wet is. Roberto ging er goed mee om, maar de sfeer bleef enigszins gespannen. Na de kleine snack rond tien uur was Gabriel ineens verdwenen. Gabriel is de meest kritische persoon in CODECA en heeft altijd een duidelijke mening over wat er beter zou kunnen gaan. Dit heeft hem regelmatig in netelige situaties gebracht. Aangezien we deze workshop een analyse van de organisatie wilden maken, belde ik hem om te vragen waar hij was. HIj kwam met een niet geheel overtuigend excuus over een vergadering in Guate, maar al snel was hij eerlijk met me. 'Marieke, het spijt me, maar ik heb geen zin in problemen. De sfeer was zo negatief vanmorgen en ik weet zeker dat als ik zou blijven dat ik dan verkeerde dingen ga zeggen die consequenties gaan hebben. Ik heb even geen zin om te moeten vechten, ik ben er moe van.' In de tijd dat wij hier zijn hebben we Gabriel steeds vaker boos of gefrustreerd zien zijn met CODECA of met de gang van zaken, tot het punt dat hij aangaf dat hij op zoek was naar ander werk. Het is typisch voor CODECA: de kritische types worden hier zo snel mogelijk de deur uitgewerkt. De ideale activista is een ja-knikker en spreekt de baas nooit tegen. Het deed me pijn dat te horen van Gabriel, die altijd een vechter is.

We gingen in groepjes uit elkaar om te bespreken wat de belangrijkse dingen waren die CODECA bereikt heeft sinds haar oprichting. Ik zat in en groepje met Mauro, Edvin (Mauro´s schoonzoon), de twee activistas Ines en Pedro, en Maria, een vrouw uit een comunidad. Mauro nam het woord: Okee, de opdracht is om te beantwoorden wat CODECA bereikt heeft. Nou, ten eerste heeft CODECA........ en er volgde driemaal een onafgebroken monoloog van een kwartier, waarin hij al zijn oogpunten opsomde. Elke keer dat hij uitgepraat leek was Edvin er als de kippen bij om Mauro's woorden niet alleen te bevestigen, maar ook nog even in andere woorden te herhalen, wat leidde tot wederom een monoloog van tien minuten. De enige twee keer dat Mauro het moment dat hij moest ademhalen gebruikte om het woord aan anderen te laten waren de twee keer dat Roberto kwam kijken hoe het ging. Achteraf hoorde ik dat in de groep waar Mateo in zat precies hetzelfde gebeurd was: lange speeches waarin hij alles voorkauwde en niemand anders aan het woord liet.

Bij het presenteren van de resultaten van de drie groepen werd er goed geluisterd. De resultaten van onze groep werden gepresenteerd door Ines. Nadat zij klaar was wilde Mauro nog wat toevoegen. Al snel bleek dat hij duidelijk vond dat de woorden van Ines geen enkele waarde hadden, beter nog, het was alsof zij niets gezegd had: Mauro herhaalde zo'n beetje letterlijk haar woorden om daarna zijn eigen mening nóg duidelijker naar voren te brengen!

Nadat alle groepen verteld hadden waar zij over gepraat hadden, vroeg Mauro wederom het woord. Vervolgens begon hij in een twintig minuten durende speech alle resultaten van alle groepen één voor ééen door te nemen om daarna van elk punt te vertellen of hij het ermee eens was, waarom dat punt wel of niet goed was in zijn ogen en hoe het veranderd zou moeten worden!! Hoewel ik ondertussen wel wat gewend ben, zat ik met klapperende oren te luisteren. Ik zat te koken, werkelijk te koken. Om me heen hoorde ik alle activistas onderuit schuiven op hun stoel en zag ik de blikken in de ogen vertroebelen tot een 'verstand op nul' modus; ze zijn het gewend...

Ik was geschokt. Ik had me wel vaker opgewonden over de stijl van leiderschap binnen CODECA, maar dit was de druppel. Als werknemer van CODECA was ik woedend op mijn baas. Als mens ben ik geschokt door het gebrek aan respect dat hieruit spreekt. Hoe kun je mensen zo denigrerend behandelen?! Hoe kun je zo weinig waarde hechten aan wat een ander te zeggen heeft? Hoe kun je anderen niet aan het woord laten en ze dan achteraf beschuldigen van gebrek aan participatie, aan inbreng? Hoe kun je zeggen dat je een democratisch leider bent als je zo autoritair bent in je doen en laten? Hoe kun je voorstellen om een 'participatief proces' te maken van het strategisch plan als je daarna niets uit handen wilt geven? Waarom schrijf je het niet zelf als niemand behalve jij het recht heeft om beslissingen te nemen?

Een beetje beduusd ruimden we na afloop de zaal op. Roberto leek ook niet zichzelf. We spraken af om 's avonds langs zijn hotel te komen om een biertje te drinken en de workshop te evalueren. Daar bliezen Simon en ik stoom af. Roberto gaf aan dat hij al heel wat heeft meegemaakt, maar dat hij erg geschrokken was van de autoritaire stijl en de sterke hierarchie binnen CODECA. Maar zijn bezorgdheid ging nog veel verder zei hij. Roberto zelf is een van de leiders van de linkse movimiento sindical (de vakbondsbeweging), die in politiek opzicht dezelfde strijd voert als CODECA en is een groot voorstander van relaties tussen verschillende organisaties die hetzelfde voor ogen hebben. Wat hem zorgen baarde is dat in Guatemala de movimiento campesino (de boerenbeweging) slecht ontwikkeld is. CODECA is eigenlijk de enige organisatie die actief is in dit opzicht. Roberto had altijd gedacht dat dat aan CODECA wel toevertrouwd kon worden, maar ineens had hij hier hele sterke twijfels bij. Dat deed hem de toekomst van Guatemala ineens een stukje donkerder inzien. Als je het op die schaal bekijkt is het probleem nog dringender.

Het erge is dat de organisatie zoveel potentieel heeft. CODECA heeft een sterke basis op het platteland, waar ze direct met de mensen werken. Ze heeft medewerkers met een goed uitgewerkte linkse politieke ideologie, ze is lid van meerdere netwerken van organisaties en heeft meer dan genoeg middelen om het werk gedaan te krijgen. Dat alleen is helaas niet genoeg.

Vanmiddag gaan we de workshop evalueren met de Commissie. Ik ben benieuwd.....

Vurige Reunion de Activistas (Marieke, 24/10/2007)

De vergadering begon rustig. Mauro deelde de alledaagse informatie mee aan de aanwezige activistas en er was hier en daar een mededeling vanuit de groep. Tot Edvin ineens de groep besloot te vertellen dat Francisco, een collega en vriend van ons, afgelopen maandag een auto van CODECA had geleend en toen de sleutel verloren had. Dit liep uit op een situatie waarin Francisco beschuldigd werd van "gebrek aan verantwoordelijkheid" (een favoriete uitspraak van Mauro) en volgde er een lange preek over het feit dat hij de auto helemaal niet hoort te lenen en dat er veel te vaak dingen misgaan als iemand van het personeel een auto leent.

(Even ter achtergrond info: CODECA heeft vier auto's, die in theorie bestemd zijn voor het werk en die tot de beschikking staan van diegenen die ze het hardst nodig hebben. In werkelijkheid zijn het echter de leden van de directie die fulltime een auto tot hun beschlkking hebben en die deze slechts af en toe en met grote tegenzin uitlenen. Enkele mensen wiens relatie met de Directie niet zo goed botert, hebben geen enkele kans om ooit in een auto van CODECA te mogen rijden.)

Nu werd het interessant. Francisco, die al een hele tijd niet zo blij is met hoe de dingen gaan bij CODECA, pikte het deze keer niet, hij was woedend. Hij bleef erbij dat het een ongeluk was, wat iedereen had kunnen overkomen, maar de Directie veranderde niet van oordeel: geen verantwoordelijkheidsgevoel. Hierna ontstond een lange discussie over het gebruik van de auto's, waarbij de toon duidelijk aangaf dat het personeel niet altijd even blij was met hoe de directie omgaat met de auto's van CODECA (lees: deze als hun privé auto beschouwen). De Directie reageerde gepikeerd en begon geisoleerde incidenten naar boven te halen om te bewijzen hoe onverantwoordelijk het personeel omspringt met de auto's: "Jij Simon bent zeven maanden geleden de auto gebruikt om geld te halen bij de bank" en "Jij Gabriel hebt de auto gebruikt om een paar spulletjes te vervoeren naar je eigen huis." De beschildigde voelde zich geroepen om het voorval uit te leggen, waarbij al snel bleek dat de voorbeelden geen hout sneden. Kortom, het werd een beetje een nasty discussie. Het tij keerde toen Mingo bijna verlegen opmerkte dat als we dan toch eerlijk waren met elkaar dat het dan wel zo eerlijk was om te vertellen dat Mauro een jaar geleden zelf ook een keer de sleutel van de (mooiste en duurste) auto van CODECA verloren was. Ik hoorde een aantal mensen voorzichtig in zichzelf gniffelen. Hierna bond Mauro snel in en vertelde hij dat hij in ieder geval blij was dat deze dingen gezegd werden en dat de Reunion de Activistas juist voor dit soort dingen bedoeld is. Ik denk dat hij dat ook daadwerkelijk meende.

En het was ook goed dat dit gebeurde. Het was de eerste keer sinds wij hier zijn (en als we sommige collega's mogen geloven: in de hele geschiedenis van CODECA) dat er een echt open en emotionele discussie ontstond in een bijeenkomst. EIndelijk werden er eens wat van de onderbuikgevoelens uitgesproken en werd de Directie gedwongen een aantal dingen te verantwoorden die door hen als de normaalste zaak van de wereld beschouwd werden.

Na Mauro's reactie had de zaak gesust beschouwd kunnen worden, ware het niet dat Elita, de dochter van Mauro, op dat moment besloot zich in de discussie te mengen en hysterisch begon te gillen dat het personeel niet wist waar ze het over hadden, dat ze het recht niet hadden zulke dingen te zeggen en dat het een hele grote verantwoordelijkheid is om een auto onder je hoede te hebben. Haar reactie deed de zaak van haar vader meer kwaad dan goed, maar zorgde voor een interessant schouwspel.

Enfin het was een hele happening vandaag: de vergadering stond in vuur en vlam. Ik heb volop genoten!

Nieuwe lokale held in Churirin

Churirin - 7 oktober 2007 Dappere toerist redt weerloos beestje

Het is 7 uur 's ochtends in Churirin, een klein dorpje in het zuiden van Guatemala aan de kust van de Stille Oceaan. De zee is kalm, de zon begint door te breken. Plotseling klinkt er gepiep. Vier kleine biggetjes komen over het strand vrolijk aanhuppelen. Even blijven ze staan vlak voor de golven, nieuwsgierig. Dan lijken ze hun angst te overwinnen en lopen voorzichtig een stukje de zee in. Daar spelen ze een paar minuten om dan rillend van de kou warmte te zoeken bij elkaar en weer te verdwijnen.




Op hetzelfde ogenblik bevinden zich ook op het strand van Churirin twee toeristen: Marieke (26, Nederland) en Simon (29, Zwitserland). Zij zijn vroeg opgestaan om van de zonspgang te genieten. Samen staren ze genietend in de verte.

Dan zien ze het biggetje: het staat in de branding, alleen, en loopt plotseling, alsof het een stiekeme doodswens heeft, de golven in. Al snel heeft de zee hem in zijn grip. Het beestje wordt meegesleurd door het water, naar de grote wilde oceaan. Het probeert te zwemmen, maar kan niet op tegen de sterke stroming.

Simon twijfelt niet lang; in één vloeiende beweging trekt hij alle overtollige kleren uit en rent hij de branding in. Zonder aarzeling duikt hij in de wilde golven daar waar hij het beestje voor het laatst naar adem had zien happen. Proestend komt hij weer boven, met het bijna verdronken beestje in zijn handen. De acteurs van Baywatch mogen oppassen, ze hebben er flinke concurrentie bij!

Het beestje, op het nippertje ontsnapt van de verdrinkingsdood, maar bibberend van de kou, gedesorienteerd en op zoek naar zijn moeder, vindt troost bij Marieke. Waar zij gaat, gaat hij. Als een hondje dat nooit verder dan twee meter van zijn moeder vandaan is volgt hij haar, terwijl zij verwoed op zoek gaat naar zijn thuis. Op de voet gevolgd door het nog altijd trillende beestje kan zij uiteindelijk de eigenaar lokaliseren om daar het gelukkige beestje weer te herenigen met zijn moeder, broertjes en zusjes. Zo krijgt dit familiedrama toch nog een happy end!

Geluksvogels (Marieke, 20 augustus 2007)

Zondagochtend om acht uur waren we present. Het wakker worden, dat normaal gesproken geen grote problemen geeft om zeven uur 's ochtends, was een beetje moeilijk. De vorige avond hadden we een verslavend spel ontdekt op de computer dat onze topografische kennis op de proef stelde en dat was uitgelopen op een ware competitie tot diep in de nacht. Maar fris en fruitig gingen we naar het centrum, met een strakblauwe lucht en de zon in onze nog slaperige gezichten.

Het was al een drukte van jewelste. Steeds meer fietsers en motoristen verzamelden zich om mee te doen aan het jaarlijkse evenement waar wij onze vuurdop zouden krijgen: de Motobicitraversia, een evenement voor jong en oud, voor professionals en leken, een lekker dagje weg uit de stad. Karla, Reynaldo en Pio waren er al, onze vrienden die ons lekker hadden gemaakt voor het evenement.

Wat een mensenmassa. Helemaal links op de foto zie je het begin van de straat waar CODECA's kantoor aanzit.Pio en Karla
Rustig wachten op het vertrek

Bij het inschrijven keek men ons nieuwsgierig maar glimlachend aan bij het overhandigen van het speciaal voor die dag ontworpen T-shirt waaraan de deelnemers te herkennen waren, en ons nummer, 401. Een man die onophoudelijk in een microfoon praatte om alles in goede banen te leiden zei al bij het inschrijven: Ah kijk, er zijn ook twee buitenlanders bij. Van harte welkom in ons land en in Mazate! Verder leek iedereen het de normaalste zaak van de wereld te vinden dat we meededen, misschien kent iedereen ons een beetje van gezicht ondertussen. Rond negen uur waren we klaar voor vertrek. Alle motoren stelden zich vooraan op met de fietsers daarachter.  Het startsein klonk en daar gingen we dan. 


Eerst het centrum uit in een grote colonne over de grote weg, waarna we al snel afsloegen en op een van de vele ongeasfalteerde wegen terecht kwamen, met grote kuilen en veel losse stenen. We dachten meteen: Ach die arme fietsers! De weg liep door verschillende kleine comunidades. Vele mensen kwamen uit hun huizen om te kijken naar de passerende fietsers en motoren, nieuwsgierig, glimlachend of zelfs zwaaiend. De eerste stop was al vrij snel, in Santo Domingo, het eerste grote dorp.  Er werden zakjes water uitgedeeld aan de participanten. Al snel arriveerden ook de fietsers. Na een pauze van twintig minuten gingen we weer op weg. Nu volgde het meer avontuurlijke deel.  Drie rivieren moesten er gepasseerd worden. Iedere deelnemer had twee opties: droog en veilig over de hangbrug of stoer en nat door de rivier. De meerdeerheid koos voor zekerheid en ging druppelsgewijs over de brug. Een groot aantal avonturiers, de meesten op de motor, koos voor de meer spectaculaire manier, met als resultaat op z’n minst natte voeten,  nat tot op de heupen of nat van top tot teen. Maar het was warm, het maakte allemaal niet uit, iedereen had het naar zijn zin.

Achter elkaar over de smalle brugSimon durft het aan!
De stoere durfals die niet bang waren om natte voeten te krijgenDe brug zelf

Na het laatste rustpunt waren er nog 14 kilometer te gaan, de eerste zeven over een vreslijke weg, met veel losse stenen en zand, en vervolgens nog zeven kilometer geasfalteerd, maar constant heuvelopwaarts. De hitte begon zijn tol te eisen en de medewerkers van het Rode Kruis kregen het steeds drukker met de kramp in de benen, de uitputting en de uitdrogingsverschijnselen. Ook de bezemwagen deed goede zaken: de lekke banden werden steeds frequenter en de achterbak raakte steeds meer gevuld met de balende deelnemers die helaas  niet fietsend over de finish zouden komen.  Terug in Santo Domingo wilden we toch even wachten op Karla’s vriend Reynaldo, die in tegenstelling tot ons dapper op zijn fiets was vertrokken die ochtend. We verschansten ons in een klein barretje precies bovenaan de laatste helling voor je het dorp inkomt. Dat gaf ons meteen de mogelijkheid om de laatste fietsers, die hijgend en puffend, lijdend en vechtend tegen de uitputting de laatste meters afleggend hard toe te juigen en ze een hart onder de riem te steken. Je kan het! Go go go! Je bent er bijna! Vele dankbare glimlachen werden onze kant opgeworpen en met hernieuwde energie vervolgden ze hun weg voor de laatste zeven kilometer naar Mazate, omhoog....

Tegen één uur ’s middags waren we terug in de stad, net op tijd om ons nummertje in de doos van de grote loterijshow te gooien. Eerst werden de kleinere prijzen verdeeld: handschoenen, mobiele telefoons, pizzategoedbonnen, automatten, bidons en andere fietsers- en motorassecoires van de verschillende sponsoren. Er waren zoveel prijzen dat de twee presentatoren van gekheid niet meer wisten wat ze ermee aan moesten: de gelukkige winnaars kregen dan ook gaandeweg steeds meer prijzen tegelijk in de handen geduwd.  Plotseling riep de presentator: Jaaaaa, onze buitenlandse vrienden, komen jullie maar eens even op het podium!! Er was geen ontsnappen aan, dus wij klommen met het schaamrood op de kaken naar boven, waar we nogmaals van harte welkom geheten werden en we allebei een heuse bidon ontvingen. De show ging door met een aantal optredens van door de sponsors gestuurde delegaties: mooie dames uit de hoofdstad, schaars gekleed in felgekleurde bikini’s en minirokjes die daarna zo wild met de heupen en billen begonnen te draaien dat menigeen met open mond stond te staren. Dat zie je niet dagelijks hier in Mazate!

Het evenement begon lang te worden, de zon brandde steeds harder en ver voorbij de lunchtijd waren we. Toch bleef iedereen kijken: het moment van het verdelen van de hoofdprijzen was daar: twee gloednieuwe motoren stonden trots te glimmen op het podium, eentje een felrode minimotor genaamd Freedom, half zo groot als een normale motor, en een grote blauwe. Wij hadden nog steeds niets gewonnen en Simon riep elke keer als er een ander nummer werd afgeroepen: Goed zo, we kunnen nog steeds een motor winnen. Ik win nooit iets met dit soort dingen, maar Simon heeft altijd zoveel geluk dat ik dacht: Nou wie weet. De eerste motor werd verloot. Een klein meisje had de grote eer het winnende nummer uit de doos te mogen vissen. Het begint met de vierrrrrrr!!!!!! riep de presentator. We keken elkaar aan. Hee die hebben wij! Dan een nullll!!!!! Aiaiai, het zal toch niet..... En een éééééééééééén! 401!!! Het drong maar langzaamdoor: we hadden gewonnen! Simon liep als in een roes het podium op, waar hij geheel in shock een korte speech moest geven van de presentator. De presentator was op zijn beurt zo overdonderd door het feit dat het geen Guatemalteek was die gewonnen had dat hij Simon heel subtiel probeerde over te halen om de motor aan iemand anders te verloten, waarop het publiek verontwaardigd: NEEEEE, BOEEE !!!! begon te roepen. Zij vonden dat het gewoon geluk was.

Om onze consternatie nog wat groter te maken werd ik één minuut later uitverkoren om het laatste winnende nummer voor de hoodprijs der hoofdprijzen te trekken. Ik zal wel heel schaapachtig hebben staan lachen, maar ik kreeg een hartelijk applaus en iedereen was zo gebrand op het winnen van de motor dat ze vast niets gemerkt hebben van mijn verwarring haha. Na de verloting van de motor, pakte iedereen binnen no time zijn spullen en vertrok naar huis, waarna wij van de organisatie te horen kregen welke papieren zij van ons nodig hadden om de deal rond te maken. Pas toen een uur later een koude biertje ons lijf verfriste in een bar met Reynaldo en Karla kwamen we een beetje bij van de schrik. Wat een weekend....eerst aangezien worden voor observadores internacionales, en dan ineens twee bekende personen worden in Mazate door het winnen van een van de hoofdprijzen in een lokaal evenement! De volgende dag kregen we nog een kleine schok toen we de waarde van onze prijs te horen kregen van de organisatoren: bijna 7.000 quetzales, een ontzettend groot bedrag hier als je bedenkt dat de gemiddelde werknemer van CODECA zo’n 2.000 per maand verdient...

Nu alleen nog bedenken of we hem gaan houden of verkopen... Een groot feest kunnen we er in ieder geval van geven!

N.B. Toen we net lunch gingen halen in een winkel verderop werden we door vijf (!!) verschillende personen aangesproken over de motor! Het lijkt wel of de hele stad het weet!! (21-08)

Marieke en Simon zijn VIPs (Marieke, 18 augustus 2007)

 Wij kwamen pas laat aan bij de universiteit, waar het debat plaatsvond. Maar zoals regelmatig gebeurt hier was men te laat begonnen. We hadden pas om zes uur gehoord dat er een foro was, toen we op het punt stonden om naar huis te gaan vanaf het kantoor. We hadden spontaan besloten om te gaan kijken, ook al hadden we niet echt een idee van wat er ging gebeuren. De zaal was al vrij vol en het volkslied galmde uit de boxen. Iedereen stond uit volle borst mee te zingen, met de hand op het hart. Een man praatte even met Reynaldo en begeleidde ons snel naar onze plaatsen op het moment dat het volkslied afgelopen was. Drie stoelen op de tweede rij, elk met een A4 erop geplakt waar RESERVADO op stond. Er zullen wel een paar genodigden niet zijn komen opdagen, dachten we.

 Het officiële gedeelte begon. De animator hield een inleiding waarin hij iedereen bedankte voor de organisatie en zijn of haar aanwezigheid, met een speciaal bedankje voor de rector magnificus van de universiteit, de scheidsrechter en de buitenlandse observadores die gekomen waren namens de Europese Unie om zich ervan te verzekeren dat alles volgens het boekje verliep. En inerdaad, er zaten drie blanken een paar stoelen verderop, met hesjes met het logo van de EU erop, bloknootjes in de aanslag en een air van ‘wij zijn belangrijk’ om zich heen. De volgorde van sprekers werd bepaald en de kandidaten ontvingen allemaal een vraag over een onderwerp dat ‘hot’ is tijdens de verkiezingen: corruptie, transport, drinkwater, afval etc. Elke spreker kreeg vijf minuten de tijd om te antwoorden. Eerst verwelkomde elke kandidaat het publiek, de commissie die het debat georganiseerd had en vertelde hoe blij en trots hij was om hier te mogen zijn. Daarna werd snel van wal gestoken, want vijf minuten is niet lang. De een na de ander gebruikte de vraag als een bruggetje naar het verkiezingsprogramma van zijn partij en behandelde vervolgens de belangrijkste punten uit dit programma, soms even spiekend in de papieren met de logo’s van de partij. Een enkele ging ook daadwerkelijk inhoudelijk in op de vraag, maar het bleef helaas vrij oppervlakkig; de meeste kandidaten waren meer geinteresseerd in het demonstreren van hun goede redenaarskunsten dan in het beantwoorden van de vraag. Tijdens de monologen van een van de kandidaten werd er ineens een bloknootje met een pen in Simons handen gedrukt waarna de man die ons naar onze plekken had begeleid gebaarde dat wij onze namen op moesten schrijven. Wij hadden geen enkele idee wat er aan de hand was, maar goed, we schreven onze namen op. Halverwege het debat ging een mooie jonge dame heel subtiel langs alle kandidaten om hen een flesje koud water te geven om de kelen te smeren. Ook de observadores kregen water. Toen ze echter bij Reynaldo aankwam, die naast de observador uit Denemarken zat, bleef ze uitdelen. Reynaldo, Simon en ik kregen allemaal een flesje koud water in onze handen geduwd. Wij begonnen door te krijgen wat er aan de hand was en konden bijna de slappe lach niet onderdrukken. Blijkbaar dachten ze dat wij OOK observadores internacionales waren!

Het debat ging verder. Elke kandidaat kreeg drie minuten om het programma en de plannen van zijn of haar partij toe te lichten. Tijdens het daaropvolgende kwartier verlieten de drie observadores alle drie de zaal, met een gemompeld excuus tegen de organisator, om de rest van het debat niet meer terug te komen. Er was nu dus geen enkele observador meer over...

Het volgende item was de presentatie van een enquete, georganiseerd door een groep studenten, met als uitslag de prioriteiten van de inwoners van Mazate voor komende de verkiezingen. De resultaten werden gepresenteerd door de liefelijk lachende studente die ons zo vriendelijk van water had voorzien en ook zij groette in haar inleiding specifiek de observadores internacionales, waarbij ze me recht en zeer doordringend in de ogen keek. Weer voelde ik de lachkriebel opkomen. Met mijn kiezen op elkaar knikte ik haar vriendelijk toe. Er volgde nog een laatste ronde van 1 minuut per kandidaat waarin hij of zij mocht uitleggen waarom we op hem moesten stemmen. De kandidaten leken meer ontspannen en wilden nog snel wat punten scoren door de zaal flink te bespelen. Het applaus en gejuich was dan ook niet van de lucht. Nu het einde in zicht kwam leek ook de concentratie van de kandidaten te zijn verdwenen, want een aantal versprekingen van de kandidaten leidden tot grote hilariteit.

Bij de afsluiting van de ceremonie werden wij wederom onterecht in het zonnetje gezet, toen de animator vertelde dat hij vooral de observadores wilde bedanken die WEL tot het einde gebleven waren, waarbij hij ons dankbaar aankeek. Bij het verlaten van de zaal heb ik het hele voorval nog even opgehelderd bij een van de organisatoren die hard moest lachen toen hij hoorde dat wij hier als inwoners van Mazate waren en niet in de hoedanigheid als uitgenodigde observador.

Ach, een beetje positieve discriminatie op basis van huidskleur kan af en toe geen tijd.....

 

Een bankrekening openen in Guatemala (Simon, 14 juni 2007)  

Meer dan vier maanden geleden zijn we in Guatemala aangekomen. Al in de eerste week gingen Marieke en ik even bij een bank langs om een rekening te openen. Het leven mag hier dan lang niet zo duur zijn als in Europa, maar ook hier leeft men niet van liefde alleen! Helaas kon dat op dat moment niet, aangezien wij slechts een toeristenvisum voor 3 maanden hadden, en toeristen geen rekening kunnen hebben. De oplossing: bij het Ministerie van Migratie een tijdelijke verblijfsvergunning voor twee jaar aanvragen. Eén kleine moeilijkheid: het goedkeuringsproces kan tussen de twee maanden en twee jaar duren. Gelukkig is een bevestiging van de aanvraag voldoende, die laat zien dat alle benodigde documenten voor de verblijfsvergunning is aangevraagd. De domper op ons moraal was dus niet zo groot. We hadden er immers al aan gedacht om deze verblijfsvergunning aan te vragen, omdat we anders elke drie maanden het land uit zouden moeten om onze visum te vernieuwen.

Kort daarna reisden we dus vol goede moed naar Guatemala Stad, een reis van drie uur heen en drie uur terug, om bij de Zwitserse en de Nederlandse ambassades te informeren naar het aanvraagproces. Ik moet helaas bekennen dat ik ietwat teleurgesteld was over de service. Ze wisten ons wel te vertellen dat we naar het Ministerie van Migratie moesten en waar dat was, maar informatie over de procedure of welke papieren er van ons verlangd werden konden ze niet geven.

Met een enigszins naar gevoel in onze maag en een zwart vermoeden over de Guatemalteekse bureaucratie, bezochten wij het Ministerie van Migratie. Je gaat daar door een metaaldetector, wordt naar een informatiebalie gestuurd, dan naar een tweede informatiebalie, vervolgens naar de tweede verdieping en dan ja, uiteindelijk van daar naar de juiste persoon. Na twee zinnen gezegd te hebben drukte de beambte ons een papier in de hand en voila, het werkelijk gecompliceerde gedeelte kon beginnen.

De hotdog-kar van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
Het bewijs van goed gedrag, de VOG, kon ik per email aanvragen in Zwitserland, helaas moest ik de aanvraag echter ook per post bevestigen (erg praktisch!) Het document zou dan door het Zwitserse Ministerie van Buitenlandse Zaken geautenticeerd worden en naar Guatemala gestuurd worden.  Meer dan twee maanden later kwam dan eindelijk het bericht dat de VOG klaarlag op de ambassade en dat wij deze alleen nog moesten autenticeren bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken in Guatemala Stad. De secretaris van de ambassade gaf ons de goede tip dat wij daarvoor bepaalde zegels nodig hadden. Tot onze verbazing bleek dat je de zegels niet koopt  bij het ministerie zelf, maar bij een oude man op een krukje naast het hotdog kraampje bij het ministerie. En inderdaad, toen we het ministerie gevonden hadden, zat daar werkelijk een oude man op een plastic stoeltje op de stoep.  Zodra hij ons zag, wenkte hij ons, haalde een rol zegels uit het plastictasje naast zijn stoeltje en met een gevoel van voldaanheid verlieten wij de kraam, denkend dat we wederom een punt op de lijst met benodigdheden hadden afgewerkt.

Ik wil jullie niet vervelen met alle bochten waarin wij ons hebben moeten wringen en alle tijd die wij hebben verloren om alle benodigde papieren bij elkaar te sprokkelen op de straten en bij de verschillende instanties van Guatemala Stad. Laten we zeggen dat we erg blij waren toen we het hele dossier bij elkaar hadden (80 pagina’s per persoon!). Voor de zoveelste keer gingen we op naar Guatemala Stad, linea recta naar het Ministerie van Migratie. Gelukkig was de beambte een „puro venado“, een Mazateco, en na een kort gesprekje over de geneugten van onze aller stad ging alles ongelooflijk snel. Alle papieren waren gelegaliseerd, geautenticeerd, gestempeld en gezegeld, zei hij. Oh wacht, nee, helaas, helaas, er miste één stempel: op het uittreksel uit het strafregister. Op de ambassade hadden ze ons wel gewezen op de zegels, maar niet op de stempel die daarbovenop nog nodig was. Dat betekende dus twee dagen later wéér terugkomen naar Guate...

Zo geschiedde het dat wij twee dagen later de gelukkige bezitters waren van een gestempelde verklaring van het Ministerie van Migratie die aangaf dat wij in de aanvraagprocedure zaten. Nu konden we eindelijk een rekening gaan openenen!

Proefkonijnen
Toen we kort daarna boodschappen aan het doen waren in Mazate, kwamen we langs de bank die wij in de tussentijd hadden uitgekozen. We besloten even binnen te wippen om te informeren welke papieren we verder nog nodig hadden. Wat schetst onze verbazing toen ons doodleuk werd medegedeeld dat een paspoort, een electriciteitsrekening en een storting van 200 quetzales voldoende waren om een rekening te openen! Verklaring van Migratie? Nee daar wisten ze helemaal niets van. De volgende dag waren we er klaar voor. Met alle papieren gingen we naar de bank. Daar werd ons door een andere persoon verteld dat wij toch absoluut ook twee referenties en een verklaring van onze werkgever nodig hadden! `s Middags bleek ook dit niet alles, want toen de verantwoordelijke erbij werd gehaald bleek dat ze zonder kopie van ons arbeidscontract helaas niets voor ons konden doen. De bevestiging van het Ministerie van Migratie, die ons zoveel moeite had gekost om te krijgen, daar vroeg niemand naar. Na een korte trip naar het kantoor van CODECA om de contracten op te halen bleek dat we te laat waren om nog autorisatie te krijgen van het hoofdkantoor in Guate, dus was er opeens niets meer mogelijk en dat na zo’n beetje een halve dag in de bank. De bedrijfsleider van het filiaal wilde de volgende dag wat telefoontjes plegen met zijn meerderen in Guate en vroeg ons nogmaals terug te komen. En opeens, ja wat een wonder, opeens hadden wij alle benodigde papieren om een rekening te openen. Zelfs de bevestiging van Migratie was nuttig gebleken bij het krijgen van het groene licht.

Onze verontschuldigingen, wij hebben dit nog nooit gedaan. Hier in Mazatenango zijn er bijna geen buitenlanders. Maar gelukkig konden we met U alvast oefenen voor de toekomst.“

Wat geweldig, oh wat geweldig om een proefkonijn te zijn. En dat terwijl het  uiteindelijk toch niet zo heel moeilijk bleek te zijn. Maar omdat elke persoon telkens met absolute overtuiging spreekt, en niet wil toegeven dat hij of zij eigenlijk geen enkel idee heeft, werd ons geduld toch tot bijna voorbij het uiterste getest. Maar het glas is niet halfleeg: is het niet fantastisch om je geduld weer eens wat op te rekken ???!!

 

 

 

 

Konden we elke dag maar zo werken !! (Simon, april 2007)

Zoals gewoonlijk arriveren we rond half negen 's ochtends bij het kantoor van CODECA. Het is heet, zoals gewoonlijk. Gelukkig werken we op de tweede verdieping, waar nog een beetje frisse lucht circuleert. Zoals gewoonlijk ga ik eerst even kijken of ik nog nieuwe mail uit Zwitserland heb en lees ik even op mijn gemak de "Tagi" (Zwitserduitse krant online) om te zien wat er zoal gebeurt daar. Tegen negen uur komt Max aan, de jonge landbouwstudent die zich bezighoudt met de landbouwinhoudelijke hulp aan de projecten van CODECA. Vanmiddag hebben we een bijeenkomst met een groep vrouwen in Rancho Alegre, een dorpje vlakbij de kust. DIt is het moment voor nog wat laatste voorbereidingen. Vorige week zaterdag hebben we al de inhoud en volgorde van het programma besproken. Wat we nog moeten doen is het bijelkaar zoeken van de benodigde papieren en kaartjes, markers, tape etc, en we moeten nog, een belangrijk detail, een auto regelen. Ja, ja, ik weet het, het is een beetje laat, maar we hadden al een plan B. Gezien het feit dat de laatste bus terug vanuit Rancho Alegre om drie uur 's middags gaat en wij dit natuurlijk nooit kunnen halen aangezien de bijeenkomst om 1 uur begint, hebben we besloten om een nachtje op het strand door te brengen als we met de bus moeten. Na wat overleg blijkt dat er toch een auto beschikbaar is. Beter. op deze manier zijn we verzekerd van vrvoer en hoeven we niet om 4 uur op te staan om om 5 uur 's ochtends de eerste bus naar Mazate te nemen.

Zo gingen Marieke, Max, Mateo en ik rond half twaalf op weg. We stoppen onderweg in een klein « restaurantje » om te lunchen. Pollo dorado met rijst, bonen en, zoals altijd, tortillas. Aangenaam verzadigd gaan we verder in de richting van Rancho Alegre. Hoe dichter we bij de zee komen, hoe heter het wordt, hoe droger het wordt en hoe meer weiden en minder bomen we zien.